Elke minuut telt

Het is nog steeds vakantie. En als je geen kinderen hebt is het heerlijk om met dat idee wakker te worden. Ik weet nog goed hoe het was. Je doet je ogen open, rekt je uit en kijkt op je telefoon. Je ziet 9.00 staan en denkt “ik draai me nog eens om”. Misschien ga je snel even plassen, je probeert je ogen zoveel mogelijk dicht te houden om de slaap-vibes te bewaren en kruipt snel weer terug onder je deken. De volgende tijd die je ziet staan op je telefoon is 12:30. En dan denk je terwijl je nog in je bed ligt na over wat je wilt ontbijten en welke kleren je aan gaat trekken. Je grootste dilemma is: ga ik eerst douchen  of eerst eten. Maar dat is het dan ook. Heerlijk…. Zo was het ooit…

Twee kinderen later zien mijn ochtenden er iets anders uit. En dan laat ik de werkdagen even buiten beschouwing.

Ik heb vakantie en lig lekker in bed. Mijn deken voelt als een warme omhelzing en het matras ligt zo lekker dat ik mezelf één voel worden met het mee-verende materiaal. Ik droom van een strand en palmbomen terwijl ik met een rietje een drankje slurp uit een met fruit versierd glas.  In de verte komt een ober aanlopen met mijn volgende drankje. De golven slaan op het strand en het zand straalt warmte af. Terwijl ik zonnebrand smeer (waaraan op magische wijze geen zand blijft plakken) hoor ik in de verte zeemeeuwen. Alles is perfect.

“mama…” hoor ik door de golven heen en ik zet mijn drankje neer. “mama!” hoor ik nog een keer, nu duidelijker. “mama, Ik ben wakker!!” het strand verdwijnt en ik open mijn ogen. Op twee centimeter van mijn gezicht zie ik twee paar blauwe ogen voor m’n neus zweven. Als ik mijn hoofd naar achter beweeg en m’n ogen zich eindelijk kunnen focussen blijkt het maar één paar blauwe ogen te zijn. De ogen van mijn jongste dochter.

“wakker, mama” zegt Hanna nog een  keer. Gedesoriënteerd grijp ik naar mijn telefoon om te kijken hoe laat het is, 6.50 geeft mijn veel te felle beeldscherm aan. Ik leg de telefoon weer neer en kijk nogmaals naar Hanna. Die staat met grote ogen en een nog grote glimlach afwachtend te kijken.
Mijn oudste is nog niet wakker dus ik begin mijn eerste poging om langer in bed te kunnen blijven liggen.

Ik schuif een stukje naar het midden van het matras en hou met één arm de deken omhoog. “kom maar” zeg ik. “maar wel stil zijn, iedereen slaapt nog.” En om het extra kracht bij te zetten benoem ik “de héle wéreld slaapt nog”. Hanna kruipt naast me. Ze is nog lekker warm en we liggen strak tegen elkaar aan. Dit heerlijke moment duurt welgeteld heerlijke 3 seconden. Dan prikt ze met een vinger tegen mijn neus en zegt “tuuuut”. Ik zeg nogmaals dat de hele wereld nog slaapt en Hanna aait over mijn wang. “slaap lekker”, zegt ze, om daarna “wakker worden!!”  te roepen en vervolgens de slappe lach te krijgen. Dit werkt niet.

Het geschater van Hanna is blijkbaar ook in de aangrenzende kamer te horen en het duurt niet lang of Sara staat ook aan het bed. “ik wil er ook bij” zegt ze stellig en ik doe weer met één arm de deken omhoog zodat ze naast Hanna kan aanschuiven. Maar nee, madam moet in het midden. Na haar al haar knieën en ellebogen tussen mijn ribben te hebben gevoeld heeft ze eindelijk haar plekje gevonden. En zo leggen we weer vijf heerlijke seconden vredig naast elkaar, voordat Sara zegt “ik wil naar beneden” en Hanna zegt “ik wil mee, ik wil spelen”.

In mijn hoofd vind nu een supersnelle rekensom plaats. Ik zal je de precieze details besparen, maar het komt er op neer dat ik alle kosten en baten bereken van een situatie waarin de twee meiden alleen beneden zijn en wij nog even boven in bed liggen. Heb ik de mooie wijnglazen opgeborgen? Slingert er ergens nog vingerverf of lijm rond? Hoeveel schade heb ik er voor over om nog even op mijn droomstrand te kunnen zijn? Als ik mentaal alle breekbare spullen heb kunnen lokaliseren zeg ik: “ga maar, mama en papa komen zo”.

Ik lig nog in bed. Beneden hoor ik gestommel, maar het klinkt niet alsof er iets kapot gaat, niets waardevols in ieder geval. Ik hoor de meiden lachen en daarna hoor ik Hanna even au roepen, maar daarna gelukkig weer lachen. Er zijn dus geen verwondingen waarvoor ik nu gelijk naar beneden moet komen.

“ik heb honger!!” klinkt het onderaan de trap. Ik maak weer een mentaal  kostenplaatje. Vind ik het tien minuten extra bed-tijd waard om de meiden zelfstandig een kuipje smeerkaas leeg te laten lepelen en vervolgens hagelslag op een boter-loze boterham te laten storten? Prima, is mijn conclusie. “Pak zelf maar wat!” Fluister-roep ik vanuit bed. Ik heb vakantie, ik ruim het later wel op.

Als even later ook “dorst!” naar boven wordt geroepen probeer ik te bedenken hoe groot een plas melk van 1,5 liter is. Aangezien dit zeker weten het gevolg zal zijn van een poging om zelf drinken in te schenken. Heb ik de energie om met mijn slaperige hoofd 5 vierkante meter melk op te ruimen? Is dit het waard om nog langer voor in bed te blijven liggen? Nee.

Ik sla de deken van me af, ruk me los van mijn matras en zeg daarmee vaarwel tegen het strand en de palmbomen. Eenmaal beneden kan ik nog net Sara onderscheppen die het volle pak melk gevaarlijk schuin houdt. Het kuipje smeerkaas is voor de verandering niet leeggegeten, maar ligt wel op zijn kant op het aanrecht. Op een bordje ligt een boterham met hagelslag, bij nadere inspectie blijkt er smeerkaas onder te zitten als plakmiddel. Dit was mijn extra bed-tijd wel waard.

Ik zet de meiden aan tafel en geef ze een boterham met iets minder avontuurlijk beleg en een glas melk. Zelf pak ik een glas sap. In een mooi wijnglas en op de rand duw ik een aardbei. Tropischer  dan dit zal het vandaag niet worden.

De megafabriek

Het is tijd… “de dag die je wist dat zou komen…”

We moeten gaan nadenken over een nieuwe keuken. En zoals ik al zei: we wisten dat deze dag zou komen toen we dit huis kochten. De makelaar zei dat het huis prima was om zo in te trekken, maar dat de keuken en badkamer wel vervangen moesten worden binnen vijf jaar. Aangezien ik hooguit maar één week vooruit kan denken, leek vijf jaar in mijn ogen een eeuwigheid. Maar toen waren er opeens 3 jaar voorbij, hebben we onze inbouwkoelkast al een keer vervangen met een marktplaatskoelkast en zijn we dertig afgebroken afwasmachine wieltjes verder. Het is tijd…

Maar waar begin je? Over het algemeen beginnen de meeste mensen met sparen, maar dat is ons niet zo goed gelukt. Dus beginnen wij gewoon met keukens kijken en proberen we aan de hand daarvan in te schatten of we onze keuken nog binnen de gevreesde vijf jaar kunnen vervangen (als we NU beginnen met sparen). Misschien hebben wij gewoon een visuele stok achter de deur nodig.

Een dagje woonmall Alexandrium!! We nemen onze jongste dochter mee zodat we verkopers kunnen afpoeieren door halverwege hun zin te zeggen: “even achter de kleine aanlopen hoor!!” en dan haastig tussen de keukenblokken te verdwijnen.

Eigenlijk gaat het in de eerst winkel al fout. Ik toon een teken van zwakte, de keukenverkoper ruikt dit en grijpt zijn kans. Terwijl Arno met een ijzeren blik op de keukens verder loopt met hanna, zit ik opeens vast aan de verkoper die mij van alles wijs maakt. Zoals dat we wel echt dít jaar een keuken moeten kopen. En dat alle informatie, tekeningen en afspraken die we maken vrijblijvend zijn. En dat ze natuurlijk de goedkoopste zijn omdat overal de netto prijzen op staan.
Zijn piece de resistance is dat deze winkel als “één van de weinige keukenwinkels een eigen fabriek hebben“. Terwijl hij dit zegt klopt hij zichzelf nog net niet apetrots op de borst. Alle keukenonderdelen kunnen op maat gemaakt worden (maar bescheidenheid niet, zo te merken).

Wanneer ik me weer aansluit bij Arno zie ik het mooiste fornuis dat ik ooit heb gezien en dus wil ik het gelijk hebben. Het is een monster van een ding maar ik heb het nodig. Rvs, inductie, zeven pitten, twee hete luchtovens, een grilloven en een warmhoudplaat. Ik maak er tien foto’s van. Daarna zeg ik tegen Arno: “ze hebben als een van de weinige een eigen fabriek”.

Volgende winkel. Ik neem me voor om nu wel anoniem en onaangesproken door de winkel te lopen. Maar zodra we naar binnen gaan hoor ik mezelf gelijk de eerste en de beste medewerker vrolijk begroeten. “Haaay!” Dus daar sta ik weer… Te luisteren naar een man die me aanraadt om echt dít jaar een keuken te kopen. Ik dwaal in mijn gedachten af en kijk jaloers naar Arno die alweer met zijn blik op oneindig naar keukens staat te staren. Ik zou hem ook niet durven storen. Ik bedank de verkoper voor zijn informatie en wil weglopen, maar dan zegt hij: “En weet je wat zo bijzonder is aan ons? Wij hebben als één van de weinige keukenwinkels een eigen fabriek”. Ik kijk hem glazig aan.

Ik voeg me weer bij Arno en zie een veel te duur, maar oh zo mooi, granieten keukenblad. Ik maak er twintig foto’s van. En zeg daarna dat deze ook een eigen fabriek hebben, als één van de weinige.

Twee winkels verder heb ik eindelijk de slag te pakken. Ik loop naar binnen en roep gelijk “We kijken alleen even!! Dankuuuu!!”. Daarnaast blijkt toch dat ook deze winkels als twee van de weinige een eigen fabriek hebben. Bij de ene winkel staat het in trotse grote letters voorop het magazine en bij de andere winkel hoor ik het de verkoopster tegen andere klanten zeggen.

Tijd voor een broodje. Arno en ik vragen ons af of de verkopers echt zo naïef zijn dat ze er niet bij stilstaan dat ze in elke winkel claimen één van de weinige te zijn met een eigen fabriek. Of dat er ergens één slimme fabriekbaas is die tegen elke keukenwinkel zegt dat ze de enige afnemer zijn. We kauwen bedachtzaam op ons broodje.

We besluiten nog een laatste winkel in te gaan. Arno, die duidelijk een after dinner dipje heeft, let even niet goed op en is gelijk de pineut. Een verkoper steekt het hele riedeltje van voor naar achter tegen hem af. Wanneer de verkoper trots zegt dat alles op maat kan worden gemaakt zegt Arno: “Want jullie hebben zeker als één van de weinige een eigen fabriek?”