Wat in het vat zit…

“En? Hoe smaakt het?” vraagt Arno. Met tranen in mijn ogen en een brandend gevoel in mijn keel antwoord ik: “alles wat ik ervan verwacht had… en meer…”

Dit keer geen verhaal over ouderavonden, sporttrainingen of over mijn kinderen. Wel is het een belangrijk onderdeel in mijn leven, iets waarvan ik ben gaan houden en niet meer zonder kan. Ook al denk ik wel dat het direct gerelateerd is aan het leven met en opvoeden van kinderen: Wijn!

Er zijn zoveel momenten dat ik denk “Zo, nu heb ik wel een wijntje verdiend.” Ik weet zelf ook dat het geen goed coping mechanisme is, maar soms ben je gewoon trots dat iedereen nog leeft aan het einde van de dag. Want laten we wel wezen, kinderen hebben vanaf dat ze kunnen lopen ongeveer tien bijna-dood ervaringen per dag zonder dat ze dit zelf doorhebben. Je vangt ze nét op tijd als ze achteruit van de bank af vallen, ze rennen als malloten door je huis en missen op een háár na de punt van de eettafel, lopen pontificaal tegen de glazen schuifpui aan en stappen zonder te kijken de straat op.  En terwijl zij zorgeloos doorgaan met hun leventje, zetten wij de volgende reddingsactie al in, maar moeten we het vorige trauma nog verwerken.

Dus aan het einde van de dag geef ik mezelf een schouderklopje omdat iedereen nog leeft en schenk ik een wijntje in. En nee, ik ben geen wijnkenner, maar hoe drukker de dag was hoe lekkerder mijn wijntje smaakt. De frisse smaak van rust, de fruitige tinteling van stilte en een exotische afdronk van snacks die ik niet hoef te delen.

Nu las ik pas een artikel waarin moeders als ik ontaarde moeders werden genoemd. De ene helft van de vrouwen gebruikt deze term als soort van scheldwoord, een negatieve benaming voor moeders die ’s avonds andere dingen drinken dan diksap uit een tuitbekertje. En de andere helft lijkt de term ontaarde moeders met trots te dragen. Want ook mét kinderen ben ik nog lekker hip. Zelf denk ik dat deze hele term een beetje passé is en heb ik sinds kort een nieuwe term in het leven geroepen: “De zelfvoorzienende moeder”

Want tegenwoordig maak ik zelf wijn! Jazeker! Al vier jaar woon ik in een huis met een tuin waarin druiven groeien en al twee jaar terug heb ik een starters set gekocht om vijf liter wijn te kunnen maken. Maar dit jaar is het eindelijk echt zover, deze moeder wordt volledig zelfvoorzienend. Ik maak wijn, ik drink wijn, het is een perfecte cyclus. Maar waar ik niet bij stil had gestaan was hoe moeilijk het is en hoeveel geduld je ervoor moet hebben…

Ik had blijkbaar een erg romantisch beeld van het maken van wijn. Je stampt de druiven in een grote ton met je blote voeten fijn, dan voeg je er een berg liefde en een klassieke Franse chanson aan toe, goed roeren: Et voila!
Maar niets is minder waar. In de starters set zaten onderdelen en poedertjes waarvan ik nog nooit had gehoord. In het boekje stap voor stap wijn maken stonden bij de eerste stap al zulke moeilijke termen dat ik niet eens zeker wist of dit wel over wijn maken ging. Er moesten pecto-enzymen in en rohpect pro, ik had nog nooit van een hydrometer gehoord en nu moest ik hem kunnen aflezen. Maar het moeilijkste moest nog komen, want bij stap 3 stond: “laat je wijn nu een maand rusten.

En als je mij een beetje kent, dan weet je dat geduld niet mijn sterkste kant is… Ik ben van de directe behoefte bevrediging. Handeling, resultaat. Actie, reactie. Ik ben dat kind dat met die test gelijk het snoepje opeet, terwijl ik weet dat als ik netjes had gewacht ik twee snoepjes zou krijgen. En dan vragen ze mij om mijn wijn op zolder te zetten, voor een hele maand. Daarna moet ik het hevelen naar een andere fles. En dan wéér een maand laten staan!!

Eergister werd ik gelijk gestraft voor mijn onvermogen tot uitstellende vermogen. Omdat ik geen geduld had om op mijn rode wijn te wachten, ben ik vorige week begonnen met een appelwijn en die was eergister klaar om voor de eerste keer geheveld te worden voordat hij een maand op zolder moet. Maar toen heb ik me laten verleiden om een slokje te nemen. Eén slokje maar, dat kan toch geen kwaad?
Nou… wel dus. Jonge wijn, zoals ze dat noemen, is dus echt super zuur. Maar dat was niet het ergste. Het schijnt dus zo te zijn dat, wanneer de gist nog “werkt”, je keel ervan dicht gaat zitten. Niks frisse tinteling, niks ronde afdronk, niks fruitige smaak. Het leek wel alsof ik een slok pure straaljagerbrandstof had genomen. De tranen schoten in mijn ogen, mijn keel stond in de fik en de slok viel als een brandende bal door mijn slokdarm naar beneden in mijn maag, waar die vervolgens 3 uur lang gloeiend bleef liggen.

Dus nu staat de wijn voor straf op zolder en dat voelt een stuk beter aan. Met kinderen doe je dat natuurlijk niet, maar deze wijn zal ik eens goed opvoeden. En na deze maand heb ik nóg drie maanden te gaan, dus in 2021 zal ik eindelijk een zelfgemaakt glaasje kunnen drinken. Ik hoop dat dan de herinnering aan deze slok vervaagd is en dat ik dan de moed heb om toch nog een keer te proeven. In de tussentijd ben ik nog een trouwe afnemer van de middelmatige wijntjes met draaidop.

Ik kijk nu al uit naar een avond ergens in februari waarop ik mijn eigen vieze zelfgemaakte wijn drink (met een ingehouden vies gezicht en betraande ogen). En dat arno dan vraagt of het al dat wachten waard was en dat ik dan antwoord: “Leeft iedereen nog en slapen de kinderen? Ja? Dan is mijn wijntje lekker.”

Een doordeweekse avond

Ik zit op de bank en heb een wijntje verdiend. Dat vind ik gewoon.

Ik heb gewerkt, iedereen is gevoed, iedereen leeft nog en alles slaapt nu. Een stilte is neergedaald over het huis en ik denk na over welk tv programma ik wil kijken. De tv heb ik al aan gezet en deze staat nog op een zender met 24/7 kinderfilmpjes, dus terwijl ik op de bank zit kijk ik een tijdje gedachteloos naar Pingu die toeterend door het scherm schuift. Daarna volgen er nog twee kinderprogramma’s die ik kijk maar niet in me opneem en dan zet ik de tv op Comedy Central. Heerlijk, een honderdste herhaling van Friends. Rachel zit na een ruzie met Ross verdrietig op de bank in Central Perk, maar gelukkig komt Ross ook deze keer weer terug om vervolgens met haar te zoenen. Alles is weer goed, alles is rustig.

Toen ik thuis kwam uit mijn werk was het ook lekker rustig, want alleen mijn schoonmoeder was er. Zij kan gelukkig op dinsdag de oudste uit school halen en de jongste van de opvang. En ik kwam vandaag precies thuis in het oog van de storm.

“waar is iedereen?” vraag ik. Stiekem hoop ik (voor één seconde) dat de jongste zo uitgeput was van de sociale interactie op de dagopvang dat ze even slaapt en dat de oudste bij een vriendinnetje blijft eten en ik haar pas om 19:00 hoef op te halen. Ik wil gewoon even zitten en mentaal mijn werkdag verwerken om vervolgens te luisteren naar de oudste die verteld over dat er op school een jongetje kwijt was. Maar nee, de oudste schommelt met ons Achterbuurmeisje in de speeltuin en de jongste moet nog opgehaald worden.

Terwijl oma de jongste ophaalt begin ik snel met avondeten maken. Nu kan het nog. Nu kan ik de zigeuner schnitzels bakken zonder ze te laten aanbranden (want ik  moet ondertussen de meiden uit elkaar halen omdat ze heel toevallig allebei met dezelfde blauwe stift willen kleuren). Terwijl ik aardappels in stukjes snij komen Sara en Achterbuurmeisje binnen waaien als een wervelstorm. Ze beginnen verhit te vertellen over wat ze hebben meegemaakt. Ze hebben net in de speeltuin gespeeld en toen waren er grote kinderen die hadden geroepen dat ze ‘kleine kutkinderen’ waren en dus van de schommel af moesten. Dit hebben ze ook al aan de vader van Achterbuurmeisje verteld, maar die zei dat ze sowieso van de schommel af moesten omdat ze bijna gingen eten, “maar jullie zijn geen kutkinderen”, had hij eraan toegevoegd. En Sara mag mee eten. Top! (we gingen namelijk bietjes eten, en Sara lust dat niet en dan had ik voor haar speciaal wat boontjes gekookt. Iets wat ik me altijd had voorgenomen om niet te doen, want ik zei altijd “Een kind moet eten wat de pot schaft! Dus dat ga ik nooit doen!” Maar de praktijk blijkt lichtelijk te verschillen van de theorie.)

Ik dek de tafel en ondertussen komen oma en de kleine meid terug. Alles gaat soepel, alles loopt gesmeerd! Ik kook en oma houdt zich bezig met het kleine mensje dat op haar manier en in haar eigen taal hele verhalen ophangt. Mijn vent komt thuis, we kunnen eten. Deze dag is in de pocket! De planning is dat ik om 19:00 Sara terugroep vanaf Achterbuurmeisje, dan knal ik beide meiden in bed en met een mooie elegante afsprong beëindig ik de dag. De jury houdt bordjes omhoog met allemaal tienen erop!

Tevreden wil ik met oma, man en jongste dochter aan tafel gaan zitten om te eten, maar dan komt de oudste via de achtertuin binnenrennen. Ze eet toch niet bij de achterburen, want “Ze eten daar pasta met rode saus en als ik dat eet ga ik dood omdat ik geen saus lust , dus ik eet toch thuis. want dingen met saus eet ik niet, van saus wordt je eten nat. En ik wil wel nú eten want ik heb honger. Iets zonder saus.” Er volgt een redelijk pedagogisch verantwoorde reactie van mij, ik weet niet meer wat precies…Want eigenlijk wil ik nu al wijn, maar in plaats daarvan gooi ik snel wat boontjes in een pan.

Heel geanimeerd verteld Sara dat het jongetje dat kwijt op school was gewoon een boekje zat te lezen in een speelhoek, ondertussen kauwt ze op de te kort gekookte boontjes (beetgaar is hip, al dente. Super culinair. het is uitgevonden door koks die eten moesten serveren voor ongeduldige gasten. “nee het is niet rauw, het is al dente.”)

Ondanks dat de afronding van deze dag niet zo vlekkeloos verloopt als gehoopt wil ik toch proberen de avond af te ronden met een dikke 9 van de jury. Dus ik lees een lekker lang verhaal voor aan Sara wanneer ik haar naar bed breng. Het is het vierde verhaaltje in het boek, want dat is volgens haar waar papa vorige keer is gebleven met voorlezen.
Ik begin te lezen en vraag na de eerste alinea voor de zekerheid of Sara echt zeker weet dag papa niet al heeft voorgelezen. “weet je het zeker? Dit is niet hetzelfde verhaaltje als gisteren? Het verhaaltje over de sloddervos ken je dus nog niet?” Ik lees verder en sluit af met: “en toen gingen ze slapen”. (Niet omdat dit er staat, maar omdat ik elk verhaaltje zo afrond ongeacht of dit kloppend is met de verhaallijn.) Terwijl ik  deze woorden uitspreek zegt Sara dat het misschien toch wel kan zijn dat papa dit verhaaltje gister al heeft voorgelezen, deze sloddervos maakte heel toevallig precies hetzelfde mee als die van gisteravond. Dus dat ik nu wel nog een nieuw verhaal moet voorlezen. Een dappere poging, eerlijk toegegeven.
Ik laat haar in tranen achter als ik zeg dat ze zelf lekker nog verder mag lezen in het boek. Als ik halverwege te trap naar beneden ben hoor ik haar nog snikken “ik…ik kan helemaal.. niet lezen.”

Als ik op de bank ga zitten staat Friends nog aan en ik zie voor de honderdste keer dat Ross zijn verloofde aan de telefoon beloofd dat hij nooit meer contact zal hebben met Rachel. Tijdens de reclame loop ik naar boven en haal ik het verhalenboek van Sara haar slapende gezichtje af.

Ik heb wijn verdiend, iedereen leeft nog.