Blog Feed

Filostrofie

Ik weet niet hoe het met jullie is, maar mijn brein draait overuren. Dat komt omdat ik, net als veel mensen, in de ban ben van het corona virus. Het klinkt wetenschappelijker als ik COVID-19 zeg. Of je er nou aan toe wilt geven of niet, je kan er gewoon niet meer om heen. 

De laatste dagen denk ik vaker wél dan niet aan corona. En ik ben nog wel een adhd’er, dus mijn spanningsboog is niet zo lang. Maar op alle momenten dat er in adhd-grapjes “squirrel!!” wordt geroepen denk ik nu “corona!”. Dus dat is zo’n 1000x per dag…

Hoestende mensen, winkelmandjes aanraken, loopneuzen, televisie, radio, lege schappen in de supermarkt, afgelaste evenementen en elke keer dat ik wcpapier gebruik. Alles, maar dan ook echt alles, schreeuwt: CORONA!

Wat een gedoetje! Om in de woorden van Rene Gude te spreken. Ik moet de laatste tijd ook vaak aan hem denken, de denker des vaderlands. Dat komt vooral omdat er een beroep wordt gedaan op mijn “visie op lastige levenskwesties”. Dit is iets wat niet zo heel vaak gebeurd, gelukkig. Maar situaties die mijn gemoederen bezig houden hebben dit effect. Dus de corona-crisis is een goede aanleiding tot een potje filosofie. 

Vandaar de term: filostrofie, Het filosoferen over belangrijke zaken in het leven n.a.v een crisis of catastrofe. 

Gude had het over hoe individualistisch de nederlandse maatschappij is; de sfeer dat iedereen het zelf maar moet uitzoeken. Trek je eigen plan, zorg voor je eigen papiertje, doe het allemaal zelf, wees vernieuwend en origineel. En de laatste dagen merk ik dat deze insteek me voor dilemma’s stelt.

Zo hoor ik bijvoorbeeld op televisie de adviezen van het RIVM, allemaal wijze mensen hebben hierover nagedacht en afwegingen gemaakt zodat ik hier niet meer over na hoef te denken. Mijn innerlijke brave burger zegt dan ook:”Wat fijn! Een plan waar iedereen zich netjes aan kan houden en dan komt het goed!”. Maar er is ook de koppige Nederlander in mij die sceptisch is en zegt: “kuddedieren, ik doe lekker mijn eigen ding. Een béter ding! Blijven jullie allemaal lekker thuis, dan ben ik de enige in de supermarkt. Dat is ook een vorm quarantaine.” 

Waarom heb ik zo’n moeite met de orders die ik krijg? Waarom vind ik het lastig om me hierbij neer te leggen? Is nederland nu de lul omdat we allemaal denken dat “mijn manier de beste manier” is? Zijn we zó individualistisch, dat het enige dat we straks in Nederland met elkaar gemeen hebben is dat we allemaal individualisten-met-corona zijn? 

Gude zei ook: twijfel niet meer dan nodig, je leert er niets van. En toch doe ik niet anders. Ik heb de hele dag discussies met mezelf. Zo zou ik eigenlijk met vriendinnen een avondje wijn drinken. Maar RIVM raadt onnodige sociale contacten voorlopig af. Maar evenementen tot honderd man kunnen doorgaan. Is wijn drinken met drie vriendinnen een sociaal contact of een klein evenement? En als het een sociaal contact is, wanneer is het dan onnodig? 

Gelukkig vonden we het alle vier een hoog nodig sociaal contact of een evenement onder de honderd man. Proost!

Deze COVID-19 crisis is een filostrofie. Het zet je aan het denken. Op alle vragen die ik hierboven stelde heb ik dus ook geen antwoord. Soms is er ook geen pasklaar antwoord en op andere vragen geeft het RIVM je een pasklaar antwoord en binnen die kaders geef je het alsnog een eigen invulling.

Misschien zitten we straks allemaal verplicht binnen voor een aantal dagen of weken, heb je ineens zeeën van tijd om over alles na te denken (Of te netflixen, maar dat raak je ook zat). En dan zit je aan de keukentafel, volgens Rene Gude de beste plek voor filosofie, hoor je ineens jezelf denken: 

“corona is toch best wel een gedoetje.

Blog zonder sponsor

Vage kennis, uit beleefdheid: “heey, hoe is het?”
Ik: “Wat mij het meest bezig houdt naast mijn werk, kinderen en muziek maken, vraag je? Wat leuk dat je ernaar vraagt! En zo spontaan ook! Weetje wat? Ik zal mijn eerstvolgende blog eraan wijden.”

Planten, het antwoord is planten. Planten voor in de tuin, planten voor binnen, grote planten kleine planten, staande planten en hangende planten. En gelukkig heb ik een man die het (tot op zekere hoogte) ook leuk vindt. Want planten houden is niet zomaar een hobby die je op zolder doet. Nouja, misschien óók op zolder…hoeveel planten zou ik op zolder kwijt kunnen? Waarom heb ik hier nog niet eerder over nagedacht!? Maar ik dwaal af…

Ik heb nu in totaal 25 planten in mijn woonkamer staan. Dus nee, een échte urban jungle is mijn huis niet. Maar wanneer ik ’s avonds op de bank zit en ik kijk om me heen, dan overvalt me vaak wel het gevoel dat ik toch zeker de belichaming van moeder natuur ben. En ook overvalt me het gevoel dat ik heel veel geld uitgeef bij Intratuin.

Zo betrapte Arno mij een keer bij thuiskomst, terwijl ik een plant bemoedigend toesprak over een nieuw blad dat hij aan het maken was. Ik zag Arno twijfelen of hij wellicht een moment tussen mij en mijn Alocasia verstoorde. En toch is hij er ondertussen wel aan gewend dat ik tegen mijn planten praat of dat ik er juist heel stil naar staar met een ernstig gezicht. Ik ga zelfs zo ver dat ik een keer een brief heb geschreven aan een Begonia om onze beschadigde relatie te redden.

“ Lieve stippen begonia,

Dit is je laatste kans. Al 2 jaar lang doe ik er alles aan om je blij te maken. Ik speur op het internet naar tips, ik geef je een beetje meer dit en een beetje minder dat, ik pas de hele omgeving aan jou wensen aan. En toch is de liefde niet wederzijds. Elke keer als ik denk dat we samen door één deur kunnen laat jij geheel onverwacht en zonder voortekenen een van je mooiste bladeren vallen.
Nu is het klaar, er zijn nog maar 4 takken van je overgebleven. Ik heb je nu voor de laatste keer een nieuwe pot gegeven, nieuwe aarde en het laatste beetje liefde dat ik voor je over heb. Bij het eerste en het beste blad dat jij onaangekondigd laat vallen pleur ik je in de kliko.

Groetjes,
Je getraumatiseerde eigenaar ”

Het mocht niet baten, diezelfde avond liet hij nog een blad vallen en voegde ik daad bij woord. En achteraf was hij in de GFT bak ook prima op z’n plek, geen spijt.
Want de meeste spijt heb ik van een plant die ik niet heb gekocht. Want het ging gelijk begin 2020 al mis.

“ 14 januari 2020:

Na twijfelen, dubben, kijken, weglopen en weer terug komen, toch de mooiste plant van de wereld laten hangen in de winkel. Ondanks dat de Intratuin mevrouw zei dat het de enige is en dat ze hem na deze nooit meer binnen krijgen. Maar ik liet hem toch hangen.
Toen wees ik maar een andere mooie plant aan en vroeg ik aan diezelfde vrouw of deze erg groot zou worden. Ze keek ernaar, dacht even na en zei toen: “neuh”. Dus nam ik de plant mee richting de kassa.
Onderweg lopen we langs de MOEDER aller planten. Een plant met mega veel en mega grote bladeren. Bijna twee meter hoog! Met dezelfde naam als de kleine plant die ik vast heb… maar deze plant is mijn troost plant dus hij gaat toch mee.”

Mijn kleine troost plant, die dus eigenlijk een baby plant bleek te zijn, wordt ondertussen al best groot. Maar hiermee stopte het niet. Want ik ging terug!

“1 februari 2020:

Vandaag weer naar Intratuin geweest. Ik kan daar elke dag eigenlijk wel naartoe. En ik wil/kan elke dag met een nieuwe plant thuiskomen.
Nu had ik daar twee weken geleden DE hangplant van mijn dromen gezien en deze laten hangen (why?!!!) En wanneer hij er bij mijn volgende bezoek nog zou hangen, dan zou ik hem kopen. Maar tot mijn grote spijt hing hij er vandaag niet meer, duh, de verkoopster had al gezegd dat dit de enige was…

En toen gebeurde er iets geks, ik wilde gelijk helemaal geen enkele andere plant kopen. Ik doorliep binnen 2 minuten de eerste vier fases van rouw.
– Ontkenning: ze zullen de plant wel ergens anders in de winkel geplaatst hebben, even zoeken.
– Boosheid: iemand anders heeft $%&@!! mijn plant meegenomen.
– Onderhandelen: ik kan nu ook 5 andere planten meenemen en thuis de “ik ben zo zielig, mijn mooie plant was weg” kaart spelen.
– Depressie: Kut planten, ik ga gewoon geen enkele plant meenemen. Ze gaan toch dood… alles gaat dood…


Acceptatie fase heb ik nog niet bereikt. Want mocht ik ooit de persoon tegen komen die MIJN plant voor m’n neus heeft weggekaapt, dan krijgt diegene een beuk voor z’n harses.
In plaats van een plant die groeit heb ik nu voor persoonlijke groei gekozen. Ik heb twee nieuwe boeken gekocht. Maar het stickertje wil er niet netjes vanaf, nu heb ik een cursus mindfulness nodig, voordat ik kan beginnen met lezen zonder een paniek aanval te krijgen van de plakkerige sticker resten. Persoonlijke groei…”

Maar vandaag werd het mij teveel, waarom heb ik die plant niet gekocht?! Ik ben al meerdere malen terug geweest in de hoop hem te zien, zonder succes. Dus besloot ik actie te ondernemen, door middel van de volgende (lichtelijk aangedikte) mail naar de klanten service van Intratuin:

“ 28 februari 2020

Goedenavond meneer/mevrouw,

Een tijdje geleden hing er bij Intratuin Zevenhuizen één hele mooie grote Ric Rac cactus, de officiële naam: Cryptocereus anthonyanus. Hij had echt slierten van een meter lang. Het was liefde op het eerste gezicht, maar ik kon hem niet meenemen. Er was er echt maar één en die was helaas verkocht toen ik de volgende dag terugkwam 😦  super jammer, en nu heb ik een gebroken hart…

Nu zie ik telkens wel een andere soort zaagcactussen hangen bij verschillende locaties van Intratuin, maar niet mijn mooie soort… en die “verkeerde” soort is een beetje een anticlimax vergeleken het exemplaar dat voor mijn neus is weggekaapt (ik koester nog wat wrok zoals u leest)

Dus onder het mom van “niet geschoten altijd mis” hier mijn vraag:
Is er een mogelijkheid om er 1 te bestellen? Ik heb een plaatje in de bijlage gedaan, just to be sure. Zodat u weet over welke plant ik het heb, want winkelmedewerkers wijzen mij de telkens naar de zaagcactussen die ik niet wil hebben. 

Ik hoop dat u mij kan helpen en ik hoor graag van u!

Groetjes Krista” 

Disclaimer: Deze blog wordt geenszins gesponsord door Intratuin. Maar mocht ik een positieve reactie op mijn mail krijgen, bijvoorbeeld in de vorm van (ik noem zomaar wat) een gratis Ric Rac cactus, dan sta ik er niet geheel afwijzend tegenover om hen vaker te pas en te onpas in mijn blog te noemen.

veilige modus

Ik denk dat iedereen wel eens dit soort dagen heeft. Misschien ben je wel heel verdrietig of boos over iets, of er gebeurt iets waardoor je helemaal uit je doen bent. Wellicht is je hoofd te vol met gedachten, zoals drukte op werk, rekeningen, post, kinderen en ga zo maar door. En op het moment dat je denkt een mental breakdown te krijgen dan gaat je brein over op Damage control.

Natuurlijk heeft niet iedereen dit en staat het je vrij om te reageren zoals je wilt op het moment van een mental breakdown. Wil je huilen? Wil je in bed liggen? Een wijntje drinken? Wil je huilen in bed met een wijntje? Vooral doen!
Maar in mijn geval drukt mijn brein-poppetje meestal op de grote rode knop met de opdruk damage control. Het is tenslotte niet handig om met je fles Chardonnay onder de lakens te kruipen als de kids uit school gehaald moeten worden en uiteindelijk wel graag avondeten zouden willen hebben.

Zelf noem ik het “opstarten in de veilige modus”. Vroeger…nee…vroegah deed je dat wel eens met je computer als je dacht dat je een virus had binnen gehaald (met het downloaden van het nieuwste liedje van Greenday). Je drukte dan tijdens het opstarten van je computer op F8 en dan startte hij in veilige modus op. Dit betekent dat je computer functioneert met de minimale stuurprogramma’s die nodig zijn om hem te laten draaien, het gaat iets langzamer dan normaal maar je kunt nog altijd bij al je belangrijke bestanden.

Wanneer je dit zou vertalen naar een menselijk brein, dan betekent dit dat je niet meer of minder doet dan wat er minimaal nodig is om je dag door te komen. Tegelijkertijd kun je ondanks alles toch nog alle liedjes op de radio meezingen.
Dus terwijl ik met Adele mee brul, smeer ik een boterham voor de overblijf en prop deze met een ligakoek en een pakje drinken in sara d’r rugtas. Deze dingen kan ik, zonder al te veel na te denken. In een ooghoek kijkt er een traantje of de kust al veilig is, maar trekt zich vervolgens terug wanneer hij ziet dat ik mijn moeder moet bellen of deze de kids uit school kan halen aangezien ik gewoon moet werken.

Na school checkt de brok in mijn keel of er al gelegenheid is om heel hard te huilen, maar nee… Is er dan zelfs geen mogelijkheid om even iets kapot te gooien? Nee, want Sara en Hanna tekenen aan de keukentafel.
“kijk eens!” er wordt een tekening omhoog gehouden. “mooi!” zeg ik met een brede glimlach. Ik kijk wel, maar ik zie de tekening niet. En op diezelfde manier heb ik ook al gevraagd of ze wat willen drinken, zonder naar het antwoord te luisteren.

Wanneer je een computer opstart in de veilige modus geeft dit je de kans om te identificeren waar het probleem vandaan komt. Het lost het probleem niet voor je op! Dus dit betekent dat de eerstvolgende keer dat je niet in veilige modus opstart je het virus moet verhelpen.
Voor mensen betekent dit dat je even goed moet huilen, naar een begrafenis moet, wellicht een mok kapot gooit of je post moet openen.

Veilige modus voelt voorlopig nog even veilig.

Honderd feestdagen

Ik gooi een lepel naar arno en houd een potje appelmoes omhoog. Het is 21:30 en Arno kijkt me, lui op de bank hangend, vragend aan. Ik ben net thuis van mijn avonddienst en kijk verontschuldigend naar hem. Wanneer ik merk dat de lepel en de appelmoes wat meer uitleg nodig hebben zeg ik: “Hanna moet morgen een potje meenemen naar de opvang zodat ze voor kerst een windlichtje kan beplakken.” Zwijgend eten we samen een potje appelmoes leeg terwijl we tv kijken.

Het is december: De maand van de feestdagen! En blijkbaar moet je wanneer je kinderen hebt op meerdere fronten tegelijk feestdagen organiseren. Wanneer je dacht klaar te zijn met je eigen kerstmenu komt er nog een hele reeks aan opdrachten en aanvragen vanuit school en de dagopvang. Wat eigenlijk natuurlijk super tof is, want alle juffen en meesters steken een hoop moeite in alle SinterKerst projecten. Maar het vergt een hoop toewijding en planning als ouder zijnde.

Om maar een voorbeeld te noemen. Beide meiden mochten met sinterklaas een schoen zetten. De ene op school, de ander op de dagopvang. Maar hoe krijg je zo’n schoen op school? Want zo’n schoen blijft de eerste drie pogingen op de eettafel staan (“zet hem maar op de eettafel dan vergeten we hem niet”). Vervolgens blijft de schoen in het tweede stadium vijf dagen in de auto liggen (“waar heb je die schoen nou gelaten?!”). Daarna komt de schoen (één dag voor de deadline) in de overblijf rugtas mee  naar huis. De tas leek de meest handige plek voor de schoen, om er van verzekerd te zijn dat de schoen op school aan zou komen. Maar vervolgens komt deze dus netjes retour, omdat hij niet uit de rugtas is gehaald. Je overweegt nog even om je dochter gewoon één van de schoenen uit te laten trekken wanneer je haar op haalt van school, dan maar op d’r sok door de regen lopen. Maar op de dag des oordeels smijt jij met een klap die verdomde schoen tussen dertig andere schoentjes bij de kartonnen open haard in de klas.

Toch was de Sint (ik dus) dit jaar verder heel anticiperend bezig geweest, door toevallig beide meiden twee snoezige outfits te geven, eentje voor eerste en eentje voor tweede kerstdag. Goed he! Die Sint heeft soms zijn zaakjes wel op orde!! Maar nu kom ik gister op school in de klas, hoor ik een moeder zeggen tegen de juf: “waar moet ik de trui laten die jullie woensdag gaan versieren?” welke trui?! Wat?! ik weet niets van een trui… Ik lees afwezig nog een bladzijde uit een boekje voor aan sara.

Dus ik laat doordacht, na mijn interne paniekaanval, heel onopvallend even niets van me horen om vervolgens heel nonchalant aan de juf te vragen: “Die trui dus, ik heb een beetje moeite daarmee. Wat voor een trui is nou handig om mee te nemen?”
Maar deze juf is niet nieuw in dit vak, nee, ze is niet van gisteren en kent de nukken van de 2019-ouders. Dus speelt ze dit spelletje overduidelijk met mij mee en zegt vriendelijk doch nadrukkelijk: “nou, aangezien we de trui gaan versieren voor kerst is een egale kleur trui wel het makkelijkst. Zodat ze de trui naar het kerstfeest op school aan kunnen trekken” Ik mompel iets in de trend van “ja egaal ja.. handig… dat dacht ik al”

ik loop de school uit en Arno heeft 5 gemiste oproepen van mij. Ik app hem vier keer dezelfde tekst. “SARA MOET EEN TRUI MEE NAAR SCHOOL NEMEN OM TE VERSIEREN, EEN EGALE TRUI!! PAK DIE WITTE TE KLEINE WITTE TRUI DIE TOCH AL VIES IS! VANDAAG MOETEN ZE DIE TRUI OP SCHOOL HEBBEN!”

Dus morgen help ik, geheel onververwacht, met kersttruien versieren! En wellicht durf ik, tussen neus en lippen door, aan de juf te vragen of Sara haar schoen misschien nog ergens in de school ligt. Maar ik ga nu eerst alvast drie dozen eieren voor Pasen halen.

Met de billen bloot

Woensdag. Tijd om naar zwemles te gaan. Ik pak Sara goed in want het is stervenskoud buiten. Zoals gebruikelijk gaan we, in plaats van ruim op tijd, net te laat weg. Want ook al begin ik een halve dag van te voren met weg gaan, het moment dat de voordeur open gaat zijn we iets vergeten of moet er iets gebeuren. En vandaag was het “ik moet plassen”…. Winterjas uit, sjaal af, muts af, broek naar beneden. Plassen. Hemd in onderbroek, shirt in broek, trui naar beneden, winterjas aan, sjaal om, muts op.

16:26: We kunnen gaan!!
Gelukkig begint de les pas om 16:30…

Maar ja, zoals ik dus al zei was het erg koud. Dus ik kon de verbazing in Sara haar stem begrijpen toen ze bij het uitstappen van de auto keihard tegen me zei: “mama, kijk nou, die mevrouw heeft helemaal geen broek aan!”
Ik kijk op en zie tot mijn eigen verbazing inderdaad een mevrouw voor ons lopen met een dikke winterjas en zwarte laarsjes, maar zonder broek. Wanneer ik nog een keer goed kijk en met mijn ogen knijp zie ik dat de broek er wel degelijk is, maar dat het de vrouw een goed idee leek om een vleeskleurige, roze-achtige legging aan te doen. Als ik nog beter kijk zie ik ook dat de vrouw Sara luid en duidelijk heeft gehoord en mij overduidelijk ziet staren.
Verschrikt zeg ik tegen Sara: “Jawel hoor, die mevrouw heeft wel een broek aan, alleen lijkt het door de kleur net alsof ze geen broek aan heeft.” De mevrouw kijkt weer verontwaardigd achterom en trekt haar jas een stukje over haar billen heen.
Ik krijg het ondertussen behoorlijk warm in mijn winterjas.

Gelukkig lopen de-vrouw-zonder-broek en wij een andere kant op zodra we het zwembadgebouw binnen zijn en opgelucht haal ik adem. Mijn bril beslaat gelijk van de tropische zwembad temperatuur.

Ik hijs Sara in d’r zwempak, waarbij er eerst twee benen in één beengat zitten, dan zit haar hoofd op de plek waar haar arm hoort en als laatste zit het hele ding achterste voren. Ik heb het bloedheet tegen de tijd dat het badpak eindelijk op de juiste manier aan getrokken is en ik gooi mijn jas aan de kapstok. Terwijl ik Sara naar de deur van het zwembad  breng maak ik een grapje tegen haar: “Het is hier zo warm dat ik nu wel graag in mijn blote billen had willen lopen, net als de-mevrouw-zonder-broek”. We lachen er hard om.
Wanneer ik me omdraai loop ik bijna tegen de-mevrouw-zonder-broek aan

Normaal zit ik altijd bij de ramen met de andere ouders, om te kijken hoe Sara alles doet behalve wat de zwemleraar zegt. Dit keer verschuil ik me achter een tijdschrift bij de leestafel en hoop dat er niets meer zal gebeuren dat deze zwemles nog ongemakkelijker maakt. De tijd tikt langzaam weg en terwijl ik in de Vogue naar “heerlijk simpele vrijetijdsjurken” van 2785,- kijk, zakt ook het hele incident naar de achtergrond weg.

Aan het einde van de zwemles wacht ik tussen de andere ouders Sara met een handdoek op na het douchen. Sara komt blij de douche uitrennen. Wanneer ik de handdoek om haar heen wil slaan draait ze zich om en zegt: “kijk ik heb een nieuwe broek, maar je ziet hem niet!” Ze heeft haar badpak tussen d’r billen gedaan en doet een blote billen dansje. Ik wikkel de handdoek snel om sara heen en we verdwijnen tussen de giechelende menigte door de kleedkamer in. Vanuit mijn ooghoeken zie ik de-mevrouw-zonder-broek. Terwijl ik Sara afdroog en aankleed heb ik het nu toch écht héél warm en slinger ook mijn trui aan de kapstok. Om vervolgens, wanneer Sara weer helemaal winterproof is ingepakt, alles weer aan te trekken.

We lopen zonder iemand aan te kijken snel naar buiten, de winter in. Eindelijk, frisse lucht! Nu we uit de gevarenzone zijn kunnen we eindelijk lachen om Sara haar blote billen dansje. Giebelend stappen we de auto in. Ik draai me naar de achterbank om te kijken of Sara haar gordel vast heeft gekregen en daarbij leun ik per ongeluk op de toeter. Ik draai me verschrikt terug en kan wel door de grond zakken….Ik kijk in de grote ogen van een mevrouw die alleen een dikke winterjas en zwarte laarsjes aan heeft.

Raar maar echt waar

Een wijs man zei ooit: “Reality leaves a lot to the imagination”.

Er zijn veel momenten geweest waarop ik aan deze uitspraak heb gedacht, is het eigenlijk wel waar? Ik had bijvoorbeeld nooit een voorstelling kunnen maken van hoe vertrouwd je kind voelt binnen twee seconden na zijn geboorte, alsof het universum “duh…” zegt. Tegelijkertijd ben je zo verbaasd over het feit dat er nu daadwerkelijk een kindje is, dat je aan jezelf begint te twijfelen over wat je dan al deze tijd had verwacht. 
Dat zijn momenten waarop de realiteit groter is en meer impact maakt dan de sterkste verbeelding. Romantisch hè…

Ik weet niet zeker of ik nog steeds dit soort romantische of filosofische gedachten heb wanneer ik aan mijn kinderen denk…

Van de week dronk mijn jongste dochter de loempiasaus rechtstreeks uit het bekertje van de afhaalchinees. En mijn oudste dochter beet op haar teennagels terwijl Arno haar een bedtijdverhaaltje voorlas. Ik ben nog steeds getraumatiseerd van die keer dat ik stond te koken, mij omdraai en Hanna op de eettafel zie staan. Vervolgens stapt ze lachend, met al het vertrouwen in de wereld, van de tafel af. Er van uitgaande dat ik haar vang, wat ik gelukkig ook deed. Met een buikschuiver vanuit de keuken. En terwijl ik nog met een lichte hartverlamming op de grond lag, zei Hanna doodleuk: “nog keertje”. 

Dat dit vandaag de dag mijn werkelijkheid zou zijn had ik in mijn wildste dromen nog niet voorzien. Ik kijk daarom ook elke dag vol verbazing naar de gekke nieuwe dingen die ze doen of zeggen. En vervolgens denk ik dan bij mezelf: “dat zullen ze wel van Arno hebben…” 

Ik denk trouwens dat alle moeders hier wel iets in herkennen, kinderen die rare dingen doen. Moeders roepen hierdoor ook de raarste dingen, we spreken zinnen uit die nog nooit zijn uitgesproken. Nieuwe woordcombinaties die nog nooit in dezelfde zin zijn gebruikt. Zoals:
“Niet aan je broertjes oksel likken” 
“Niet met die courgette op je zus d’r hoofd meppen” 
“Haal die klei eens uit je broek” 
“Waarom ruikt de afstandsbediening zuur?”  

Het zou best een leuk format voor een spelshow op tv zijn: “Haal die … eens uit je …!!

Waar je als deelnemer telkens 5 opties krijgt om in te vullen op de puntjes in een zin. “Haal die (waterpomptang) eens uit je (broertjes neus)!!” Wanneer het goed is gaat vervolgens de moeder die de desbetreffende zin heeft uitgesproken vertellen hoe deze situatie tot stand kwam. “Het was de ochtend van 13 september 2017, ik weet het nog als de dag van gister….” 

Ik zou zeker weten kijken. 

De megafabriek

Het is tijd… “de dag die je wist dat zou komen…”

We moeten gaan nadenken over een nieuwe keuken. En zoals ik al zei: we wisten dat deze dag zou komen toen we dit huis kochten. De makelaar zei dat het huis prima was om zo in te trekken, maar dat de keuken en badkamer wel vervangen moesten worden binnen vijf jaar. Aangezien ik hooguit maar één week vooruit kan denken, leek vijf jaar in mijn ogen een eeuwigheid. Maar toen waren er opeens 3 jaar voorbij, hebben we onze inbouwkoelkast al een keer vervangen met een marktplaatskoelkast en zijn we dertig afgebroken afwasmachine wieltjes verder. Het is tijd…

Maar waar begin je? Over het algemeen beginnen de meeste mensen met sparen, maar dat is ons niet zo goed gelukt. Dus beginnen wij gewoon met keukens kijken en proberen we aan de hand daarvan in te schatten of we onze keuken nog binnen de gevreesde vijf jaar kunnen vervangen (als we NU beginnen met sparen). Misschien hebben wij gewoon een visuele stok achter de deur nodig.

Een dagje woonmall Alexandrium!! We nemen onze jongste dochter mee zodat we verkopers kunnen afpoeieren door halverwege hun zin te zeggen: “even achter de kleine aanlopen hoor!!” en dan haastig tussen de keukenblokken te verdwijnen.

Eigenlijk gaat het in de eerst winkel al fout. Ik toon een teken van zwakte, de keukenverkoper ruikt dit en grijpt zijn kans. Terwijl Arno met een ijzeren blik op de keukens verder loopt met hanna, zit ik opeens vast aan de verkoper die mij van alles wijs maakt. Zoals dat we wel echt dít jaar een keuken moeten kopen. En dat alle informatie, tekeningen en afspraken die we maken vrijblijvend zijn. En dat ze natuurlijk de goedkoopste zijn omdat overal de netto prijzen op staan.
Zijn piece de resistance is dat deze winkel als “één van de weinige keukenwinkels een eigen fabriek hebben“. Terwijl hij dit zegt klopt hij zichzelf nog net niet apetrots op de borst. Alle keukenonderdelen kunnen op maat gemaakt worden (maar bescheidenheid niet, zo te merken).

Wanneer ik me weer aansluit bij Arno zie ik het mooiste fornuis dat ik ooit heb gezien en dus wil ik het gelijk hebben. Het is een monster van een ding maar ik heb het nodig. Rvs, inductie, zeven pitten, twee hete luchtovens, een grilloven en een warmhoudplaat. Ik maak er tien foto’s van. Daarna zeg ik tegen Arno: “ze hebben als een van de weinige een eigen fabriek”.

Volgende winkel. Ik neem me voor om nu wel anoniem en onaangesproken door de winkel te lopen. Maar zodra we naar binnen gaan hoor ik mezelf gelijk de eerste en de beste medewerker vrolijk begroeten. “Haaay!” Dus daar sta ik weer… Te luisteren naar een man die me aanraadt om echt dít jaar een keuken te kopen. Ik dwaal in mijn gedachten af en kijk jaloers naar Arno die alweer met zijn blik op oneindig naar keukens staat te staren. Ik zou hem ook niet durven storen. Ik bedank de verkoper voor zijn informatie en wil weglopen, maar dan zegt hij: “En weet je wat zo bijzonder is aan ons? Wij hebben als één van de weinige keukenwinkels een eigen fabriek”. Ik kijk hem glazig aan.

Ik voeg me weer bij Arno en zie een veel te duur, maar oh zo mooi, granieten keukenblad. Ik maak er twintig foto’s van. En zeg daarna dat deze ook een eigen fabriek hebben, als één van de weinige.

Twee winkels verder heb ik eindelijk de slag te pakken. Ik loop naar binnen en roep gelijk “We kijken alleen even!! Dankuuuu!!”. Daarnaast blijkt toch dat ook deze winkels als twee van de weinige een eigen fabriek hebben. Bij de ene winkel staat het in trotse grote letters voorop het magazine en bij de andere winkel hoor ik het de verkoopster tegen andere klanten zeggen.

Tijd voor een broodje. Arno en ik vragen ons af of de verkopers echt zo naïef zijn dat ze er niet bij stilstaan dat ze in elke winkel claimen één van de weinige te zijn met een eigen fabriek. Of dat er ergens één slimme fabriekbaas is die tegen elke keukenwinkel zegt dat ze de enige afnemer zijn. We kauwen bedachtzaam op ons broodje.

We besluiten nog een laatste winkel in te gaan. Arno, die duidelijk een after dinner dipje heeft, let even niet goed op en is gelijk de pineut. Een verkoper steekt het hele riedeltje van voor naar achter tegen hem af. Wanneer de verkoper trots zegt dat alles op maat kan worden gemaakt zegt Arno: “Want jullie hebben zeker als één van de weinige een eigen fabriek?”

Een doordeweekse avond

Ik zit op de bank en heb een wijntje verdiend. Dat vind ik gewoon.

Ik heb gewerkt, iedereen is gevoed, iedereen leeft nog en alles slaapt nu. Een stilte is neergedaald over het huis en ik denk na over welk tv programma ik wil kijken. De tv heb ik al aan gezet en deze staat nog op een zender met 24/7 kinderfilmpjes, dus terwijl ik op de bank zit kijk ik een tijdje gedachteloos naar Pingu die toeterend door het scherm schuift. Daarna volgen er nog twee kinderprogramma’s die ik kijk maar niet in me opneem en dan zet ik de tv op Comedy Central. Heerlijk, een honderdste herhaling van Friends. Rachel zit na een ruzie met Ross verdrietig op de bank in Central Perk, maar gelukkig komt Ross ook deze keer weer terug om vervolgens met haar te zoenen. Alles is weer goed, alles is rustig.

Toen ik thuis kwam uit mijn werk was het ook lekker rustig, want alleen mijn schoonmoeder was er. Zij kan gelukkig op dinsdag de oudste uit school halen en de jongste van de opvang. En ik kwam vandaag precies thuis in het oog van de storm.

“waar is iedereen?” vraag ik. Stiekem hoop ik (voor één seconde) dat de jongste zo uitgeput was van de sociale interactie op de dagopvang dat ze even slaapt en dat de oudste bij een vriendinnetje blijft eten en ik haar pas om 19:00 hoef op te halen. Ik wil gewoon even zitten en mentaal mijn werkdag verwerken om vervolgens te luisteren naar de oudste die verteld over dat er op school een jongetje kwijt was. Maar nee, de oudste schommelt met ons Achterbuurmeisje in de speeltuin en de jongste moet nog opgehaald worden.

Terwijl oma de jongste ophaalt begin ik snel met avondeten maken. Nu kan het nog. Nu kan ik de zigeuner schnitzels bakken zonder ze te laten aanbranden (want ik  moet ondertussen de meiden uit elkaar halen omdat ze heel toevallig allebei met dezelfde blauwe stift willen kleuren). Terwijl ik aardappels in stukjes snij komen Sara en Achterbuurmeisje binnen waaien als een wervelstorm. Ze beginnen verhit te vertellen over wat ze hebben meegemaakt. Ze hebben net in de speeltuin gespeeld en toen waren er grote kinderen die hadden geroepen dat ze ‘kleine kutkinderen’ waren en dus van de schommel af moesten. Dit hebben ze ook al aan de vader van Achterbuurmeisje verteld, maar die zei dat ze sowieso van de schommel af moesten omdat ze bijna gingen eten, “maar jullie zijn geen kutkinderen”, had hij eraan toegevoegd. En Sara mag mee eten. Top! (we gingen namelijk bietjes eten, en Sara lust dat niet en dan had ik voor haar speciaal wat boontjes gekookt. Iets wat ik me altijd had voorgenomen om niet te doen, want ik zei altijd “Een kind moet eten wat de pot schaft! Dus dat ga ik nooit doen!” Maar de praktijk blijkt lichtelijk te verschillen van de theorie.)

Ik dek de tafel en ondertussen komen oma en de kleine meid terug. Alles gaat soepel, alles loopt gesmeerd! Ik kook en oma houdt zich bezig met het kleine mensje dat op haar manier en in haar eigen taal hele verhalen ophangt. Mijn vent komt thuis, we kunnen eten. Deze dag is in de pocket! De planning is dat ik om 19:00 Sara terugroep vanaf Achterbuurmeisje, dan knal ik beide meiden in bed en met een mooie elegante afsprong beëindig ik de dag. De jury houdt bordjes omhoog met allemaal tienen erop!

Tevreden wil ik met oma, man en jongste dochter aan tafel gaan zitten om te eten, maar dan komt de oudste via de achtertuin binnenrennen. Ze eet toch niet bij de achterburen, want “Ze eten daar pasta met rode saus en als ik dat eet ga ik dood omdat ik geen saus lust , dus ik eet toch thuis. want dingen met saus eet ik niet, van saus wordt je eten nat. En ik wil wel nú eten want ik heb honger. Iets zonder saus.” Er volgt een redelijk pedagogisch verantwoorde reactie van mij, ik weet niet meer wat precies…Want eigenlijk wil ik nu al wijn, maar in plaats daarvan gooi ik snel wat boontjes in een pan.

Heel geanimeerd verteld Sara dat het jongetje dat kwijt op school was gewoon een boekje zat te lezen in een speelhoek, ondertussen kauwt ze op de te kort gekookte boontjes (beetgaar is hip, al dente. Super culinair. het is uitgevonden door koks die eten moesten serveren voor ongeduldige gasten. “nee het is niet rauw, het is al dente.”)

Ondanks dat de afronding van deze dag niet zo vlekkeloos verloopt als gehoopt wil ik toch proberen de avond af te ronden met een dikke 9 van de jury. Dus ik lees een lekker lang verhaal voor aan Sara wanneer ik haar naar bed breng. Het is het vierde verhaaltje in het boek, want dat is volgens haar waar papa vorige keer is gebleven met voorlezen.
Ik begin te lezen en vraag na de eerste alinea voor de zekerheid of Sara echt zeker weet dag papa niet al heeft voorgelezen. “weet je het zeker? Dit is niet hetzelfde verhaaltje als gisteren? Het verhaaltje over de sloddervos ken je dus nog niet?” Ik lees verder en sluit af met: “en toen gingen ze slapen”. (Niet omdat dit er staat, maar omdat ik elk verhaaltje zo afrond ongeacht of dit kloppend is met de verhaallijn.) Terwijl ik  deze woorden uitspreek zegt Sara dat het misschien toch wel kan zijn dat papa dit verhaaltje gister al heeft voorgelezen, deze sloddervos maakte heel toevallig precies hetzelfde mee als die van gisteravond. Dus dat ik nu wel nog een nieuw verhaal moet voorlezen. Een dappere poging, eerlijk toegegeven.
Ik laat haar in tranen achter als ik zeg dat ze zelf lekker nog verder mag lezen in het boek. Als ik halverwege te trap naar beneden ben hoor ik haar nog snikken “ik…ik kan helemaal.. niet lezen.”

Als ik op de bank ga zitten staat Friends nog aan en ik zie voor de honderdste keer dat Ross zijn verloofde aan de telefoon beloofd dat hij nooit meer contact zal hebben met Rachel. Tijdens de reclame loop ik naar boven en haal ik het verhalenboek van Sara haar slapende gezichtje af.

Ik heb wijn verdiend, iedereen leeft nog.

Vakantie in België 2019

18 augustus:

Naar een kasteeltje geweest. Sara heeft een Speurtocht gedaan door de kamers, op zoek naar het kistje dat de juwelendief verstopt had. Top, mama had alle antwoorden goed.

Naast het kasteel werd een feestje voorbereid. Een groepje mensen staat aan de weg te wachten. Er komt straks een koets aan, bestuurd door een man die vandaag 90 is geworden. Zo zegt de man van het kasteel. We besluiten erop te wachten. Arno en Hanna kijken even in het kasteel winkeltje en Sara en ik gaan bij de weg op een bankje zitten naast een mevrouw. We delen leuke anekdotes over Fredricus (?), die nog zo kwiek is voor iemand van 90. De vrouw vindt het leuk dat we helemaal uit Nederland zijn gekomen voor hem. Vind ik ook.

De koets komt aan en Hanna brult “paaaaaard!!” en zet een sprintje in achter de koets aan door de feestmeute heen. Wanneer de koets blijft staan brult Hanna nog een keer liefkozend “paaaaaard!!” tegen het verbaasde dier en zwaait ernaar. Sara aait het beest wel even over zijn neus en dan gaan we weer. Lichtelijk verbaasd nagekeken door de vrouw met wie ik herinneringen over Fredricus (?) heb gedeeld.

Daarna rijden we weg en volgen een bordje waar “aardbeien” op staat. We rijden voor ons gevoel 200 jaar terug in de tijd over een landweggetje. Een belletje verraad ons wanneer we het terrein van een boerderij oprijden. Een vrouwtje komt op ons afgelopen en haar man volgt. We kopen de duurste aardbeien en kersen ooit. Maar de man en vrouw hebben klaarblijkelijk al 200 jaar niemand gesproken, dus 40 minuten later rijden we weer weg, uitgezwaaid door de mensen die ons in deze korte tijd verteld hebben over al hun kleinkinderen, kinderen en geiten, kaas en een verhaal over struisvogels. Arno en ik vonden de aardbeien gelijk hun geld waard.

21 augustus:

Boodschappen doen op vakantie. Het is een aparte tak van sport. 
Arno en ik kijken allebei op de juiste momenten streng naar sara als ze weer met puppy-ogen vraagt of ze asje asje asje blieieieft deze koekjes in de kar mag doen. Ze houdt een pak Woezel en Pip koekjes omhoog en we wijzen dit verzoek af, net als de Mega Mindy smeerkaas en brandweerman Sam salami.
Behendig keilen we achter sara haar rug om allerlei “grote mensen” koekjes en kaas en worst in de kar. 
Voor onszelf zijn we een stuk minder streng. Alles waar we trek in hebben nadat de kids op bed liggen grissen we mee. Zoutjes, chips, koekjes, wijn, kaasjes, droge worst.

Alles bij elkaar zijn we aan kakofonie van krakende chipsverpakkingen, “nee. leg maar terug”, Hanna die niet kan praten maar wel een hele sterke mening heeft en luid brabbelend en wijzend in de kar zit en ik “arno! waar ben jij? Ik ben twee paden verder rosé aan het uitzoeken!”.

Met een overvolle kar komen we bij de kassa, waar het best confronterend is als we de buit uitstallen op de lopende band. Ik besluit dat als de kassiere vragend gaat kijken naar ons, dat ik dan verontschuldigend “feestje” zeg en mijn schouders ophaal. Maar de kassiere geeft natuurlijk geen fuck en noemt als alles is gescanned, in een zacht Belgisch accent, een monsterlijk groot bedrag op. Nee dankje, we hoeven geen ticketje (bon in het Belgisch) als bewijs…

In de auto horen we het nummer ‘De fanfare van honger en dorst’. Ik stoot arno en aan en zeg: “dat zijn wij”.

24 augustus:

Gezellig met zn drietjes op vakantie. Nu hoor ik jullie denken: “drie? Jullie zijn toch met zn vieren?” ja, dat dachten arno en ik ook. Maar sinds we op de camping zijn heeft ons contact met sara meer iets weg van vogel spotten.

In de ochtend wordt ons vogeltje wakker en kruipt snel haar nest uit, in de hoop dat ze nog voordat wij het door hebben al op de fiets kan springen om als een soort van adelaar de camping over te zweven. 
Gelukkig kunnen arno en ik haar nog net op tijd terug lokken met een stukje brood zodat ze haar lange vlucht kan beginnen.

De eerste stop op haar vlucht is het knutselen in het clubhuis. Om daarna met de zwerm andere jonge vogeltjes door te vliegen en neer te strijken in de speeltuin. 
Rond twaalf uur spotten we sara weer eventjes, met haar veren door de war en vol met zand propt ze snel een broodje naar binnen om vervolgens weer haastig weg te vliegen.
We vangen in de middag weer even een glimps op van ons zeldzame vogeltje als ze met de animatie langs komt, op weg om op het veld waterflessen om te gooien met een bal. Schichtig fladdert ze voorbij onze plek, in de hoop dat we haar niet terugfluiten om iets buiten de camping te gaan doen.

Met avond eten zitten arno en ik heel stil om sara niet weg te jagen. En mogen we een half uur genieten van haar gekwetter en gekwebbel. 
Maar door oergevoel aangedreven weet sara dat de kinderdisco gaat beginnen en schiet ze er weer vandoor. Om 19.30 horen we sara haar gegiebel ergens van achter de bomen. En na de kinderdisco moeten we met een vangnetje achter ons vogeltje aan. Sara fladdert nog even wild in het rond, maar 2 minuten slaapt ze.

26 augustus

De vakantie is heerlijk. We doen een hele boel niets en af en toe iets. We eten veel en zeggen daarna dat we de rest van de dag niet hoeven te eten om vervolgens vijf minuten later een zak chips open te trekken. We fietsen hele einden en zitten lui op het strand. En 85% van de tijd vind ik onze kids echt de leukste kids die er zijn. En het volgende stukje gaat over die andere 15%.

Ik schets even een korte situatie: sara heeft een wiebeltand. Nu kan ze niets eten. He-le-maal niets. Want dan wiebelt haar tand, duh… Dus met ontbijt heeft ze één hap van haar croissantje genomen en geconstateerd dat dit zo hartverscheurend veel pijn doet dat ze niet verder kan eten. Top, maar je krijgt niets anders he! Niet zeuren dat je honger hebt straks! 
Ok, dus we stappen op de fiets en fietsen de camping af, waar arno en ik de eerste kreun horen. We kijken elkaar aan en alsof we daarmee een startsein hebben gegeven begint het. “Ik kan niet meer fietsen… Ik heb zooooo’n honger. Ik ben er slap van, ik kan niet meer trappen…”. Nu kreunen arno en ik een beetje. 
En als je dan, na sara 30 minuten lang aangemoedingd te hebben als een ware cheerleader, stopt en sara knaagt zonder moeite een bifi worstje weg met haar wiebeltand dan moet je toch een beetje zuchten.

Situatie twee: als hanna niet wil lopen en helemaal slap aan mijn arm/hand hangt en je voor een dillema staat: vasthouden en meesleuren waardoor iedereen denkt “wat een gemene moeder is dat” of loslaten en dan valt ze op de grond en huilt ze diep teleurgesteld dat mama haar heeft laten vallen en dan denkt iedereen “wat een gemene moeder is dat” of je drappeert haar zachtjes als een vaatdoek op de grond en dan blijft ze bewegingloos en levenloos liggen in die houding, ik loop dan verder en roep “doei hanna daááág!” en iedereen kijkt en denkt “wat een gemene moeder is dat”.

Verder hebben we natuurlijk de gewone ik-mag-iets-niet huilmomenten, de ik-wil-iets-niet huilbuien en de waarom-moet-ik-douchen-ik-heb- maar-15kg-zand-in-mijn-haar-en-bilspleet drama’s.

Maar wat ik bedoel te zeggen is dat ik hele leuke kinderen heb (wanneer ze de hort op zijn, zelf lopen, geen honger hebben, alles mogen en vooral wanneer ze slapen).

28 augustus:

Het zit er bijna op. Aan alle leuke dingen komt een einde en zo ook aan deze vakantie. We hebben de dagen optimaal benut en ook dagen bewust onbenut. Het onderste is uit de kan gehaald.En dat is te zien aan onze stacaravan.

Er ligt zoveel zand in onze caravan dat er net twee belgen hun handoek neerlegde en een parasol opzette in de veronderstelling dat hier het strand was. 
Ook hebben we nog een verontrustende hoeveelheid eten en snacks voor het resterende aantal dagen. We zouden eventueel kunnen overwinteren hier en de volgende zomer kunnen halen met het aanwezige rantsoen.
Het speelgoed, dat we op de heenweg goed gesorteerd en zo compact mogelijk hadden ingepakt, is in zijn totaliteit ontploft. Overal liggen plastic dieren, schepjes en emmers (incl zand natuurlijk), stiften, papier, stoepkrijt op de vloer in de wc (Sara lacht hard om dr eigen grap: “poepkrijt”). 
Daarnaast zijn arno en ik ook redelijk overvloedig geweest met onze kledingwissels. Dus liggen overal delen van outfits die wel geschikt waren voor 25°C maar natuurlijk niet voor 27°C. Dus dan trek je een ander shirt aan, of kortere broek. En wanneer het s avonds afkoelt trek je weer een wat langere broek aan, maar die broek van de ochtend kan je niet vinden want die ligt onder het shirt dat je aan had toen het 26°C was, dus pak je maar een andere broek. 
En gaan we eigenlijk nog die 10 keurig bewaarde statiegeldflessen inleveren? Netjes de lege wijnflessen in de glasbak doen? Het was een goed voornemen, maar al twee weken lang zeggen we telkens als we langs een glasbak rijden of de supermarkt in lopen “oja, we hadden flessen moeten meenemen”.

Gelukkig gedijen onze kinderen goed in deze chaos, wijzelf eigenlijk ook wel. Het is tenslotte vakantie. Maar ik zie wel op tegen het moment dat we deze nederzetting moeten inpakken en weer passend in de auto moeten krijgen. En ik ben niet zo’n moeder die de vuile was vouwt om het weer netjes mee terug te nemen. Ik kijk geen Marie Kondo in mijn vrije tijd, dus ik maak geen makkelijk hanteerbare bundeltjes van mijn handdoeken. Wij hebben gewoon een berg was die we hopelijk in een tas kunnen proppen zonder dat die openbarst. 
Gelukkig komen bij het dichtritsen van de koffers mijn nieuw verworven vakantie-kilo’s goed van pas.

Vakantie in Frankrijk 2018

dag 3:
736 treden met Hanna in de rugtas op mijn rug door een grot. Grootste gedeelte van de tijd maakt ze scheetgeluidjes met haar mond, bugelspeler to be. Klinkt lekker door tussen de druipstenen. Sara besluit dat het niet eng genoeg is om gewoon te lopen van de smalle trappetjes boven enorme diepten en vindt het een goed idee om te hinkelen van de treden. Leek ons niet zo’n goed plan, ook dat weerklonk goed tussen de stalagmieten en stalactieten. Super trots toen we allemaal levend en wel weer boven waren. 

Op de weg terug naar de camping besluit de tomtom dat we niet over de tolwegen mogen. Dus rijden we 90 km wiebelig door de bergen. De tomtom heeft ook nog eens een Splaakgeblek en zegt dingen als “nog 2 km op deze weg do-rijken”. Maar dat mag de pret niet drukken, sara zegt relativerend: “dit is Frankrijk”. En dat is zo.

Wel super mooi uitzicht op heel veel nette rijtjes wijn to be en heel veel paarse velden luchtverfrisser to be. En mooie idyllische Franse dorpjes waardoor je denkt “ik wil hier wonen” maar je tegelijkertijd doen denken “waarom wonen mensen hier?”. 

Tot zover onze 3e vakantiedag.

Dag 5:
De dag dat we een uur reden voor een glas cola. Wat natuurlijk niet de bedoeling was, want eigenlijk gingen we naar een super leuk klauterbos voor sara. Maar die ging pas om 13.00 open en aangezien het 12.30 was hadden we nog een half uur te gaan. Dus we reden door, naar een leuk plekje aan het water, bestelden wat te drinken. Sara lekker makend dat we zo écht gingen klimmen.

We reden weer terug en zagen de kindjes al klauteren tussen de bomen. Enthousiast liepen we het terrein op waar we verwelkomd werden met: “sorry, vandaag zijn we dicht voor het algemene publiek er zijn vandaag alleen schoolklassen. ” ….

Allemaal even sip gingen we weer in de auto richting de camping: “ik wil nóóit meer klimmen!” en “we gaan naar huis!” en “ik heb honger!” 

Dus kochten we gefrustreerd de supermarkt leeg. Mikte alle Franse kaasjes, worst, flessen rosé, garnalen, stokbroden en olijven in ons karretje. En gooide om de dag te redden ook een opblaasbadje erbij. 

Nu spetteren de meiden in het badje en eten wij ons Franse troostvoer op. Ik zucht terwijl ik al krabbelend aan één van mijn 100 muggenbulten een slokje rosé neem. “Mooi hier he”.

Dag 7:
Gister avond uit eten geweest op een super Frans tijdstip, mét kids. 
We gingen pas om 19.30 eten na een hele luie dag op de camping. Om 21.15 begonnen we aan het toetje, sara deelde zo lief met Hanna dat menig ander in het restaurant een wiplash kreeg van het omkijken en “ahwww” zeggen. Arno en ik proosten met ons biertje/roseetje. 

Bij thuiskomst lees ik nog een bedtijd verhaaltje voor van Pier en Moffel met als titel “poepkrika”. Een verhaaltje over poep en pieshumor. Toen de groenteboer geen rode poeprika had werd er gevraagd of hij dan pieslook had. Toen had ik mijn maximum poep/plas/pies/kak-zeggen-zonder-te-lachen bereikt en schoot ik genadeloos in de lach. Met ugly-cry and all. Het kwam niet meer goed. Duurde lang voordat sara sliep… Raar… 

Vandaag naar de markt geweest, kwamen erachter dat sara net zo’n ekster is als ik ben. Ze loopt op alles af wat glimt. Ik zeg dan heel duidelijk “nee, dat gaan we niet kopen” en terwijl Saar afdruipt kijk ik snel vanuit mijn ooghoek of ik het écht niet wil kopen, want het glimt zo mooi weetje…

Oja, het staat 8-7. Niets met het WK te maken, maar we spelen elke avond mölkky. Een Spelletje met kegels omgooien en ik sta voor.

Dag 9:
Gisterochtend heeft een hond de poep van sara opgegeten. Ik snap het als je niet verder leest. Maar vraag je je toch af hoe dat zo tot stand kwam, zo:

We besloten te ontbijten op het strandje aan de rivier. Sara was lekker aan het spelen, maar liep opeens met d’r hand tegen d’r kont aangedrukt het water uit naar ons toe. Wij maakten in 2 seconden de beslissing dat het handiger was om haar richtig de bosjes te sturen dan naar een wc op de camping te rennen. Dus naar de bosjes wijzend coachte we sara richting een beschut stukje, zo’n tien meter bij ons zitplekje vandaan.

Maar in plaats van dat ze achter de bosjes gaat zitten, of in de bosjes. Besluit ze voor de bosjes te blijven, half staand met dr reet naar ons toe gekeerd, in het zicht. Arno en ik keken beschaamd weg. Maar de daad was gedaan en opgelucht ging sara weer verder met spelen.

Nog geen 5 minuten later komt er een man met een klein keffertje aangelopen. Met een boog maar toch semi-rechtstreeks loopt het beestje op de kak van sara af. Ik zeg nog “die hond vraagt zich vast af wie daar gekakt heeft”. Nog voordat ik mijn zin af heb zie ik die hond zijn bek open doen… Nou, ik kan je vertellen, ik had bijna mijn ontbijt voor de tweede keer in mijn mond. 

Arno hield zich daarentegen goed bij elkaar en zei terloops tegen het baasje van de hond “hij eet iets op hoor”. Maar het baasje reageerde zo nonchalant langzaam dat die hond zijn “eten” voor die dag al op had.

Dag 11:
Zo, gister een flinke steile klim naar beneden om bij een waterval te kijken. Hanna in de rugtas bij Arno en sara als een uitgelaten hond zelf de berg af stieren. Maar het was het waard, het was super mooi. En het water super helder en koud. We zijn alle 4 weer boven gekomen, niemand is in het ravijn gevallen. Dat zou de vakantie wel verpest hebben…

Daarna nog eventjes naar valance geweest waar ik wat mooie oude gevels op de foto heb gezet. 

Maar mijn echte ultime guilty pleasure van deze vakantie in Frankrijk is toch wel (náást elke dag rosé drinken) het gangpad met de ingeblikte maaltijden in de super u/carrefour/intermarche. 

Heerlijk!! Elke keer als we boodschappen doen sta ik mijzelf 20 minuten te vergapen aan alle complete maaltijden in blik. 
Ten eerste: eten uit blik is awesome en underrated. 
Ten tweede: alle franse klassieke maaltijden zijn super lekker.
Conclusie: ik probeer ze allemaal! Van coq au vin tot cassoulet en boeuf bourguignon. Allemaal uit blik! Whoop whoop. Vandaag heb ik potee auvergnate gekocht. Nog 20 soorten blikken te gaan…

Dag 12:
Dus, gister ben ik met sara naar het klimpark geweest. Sara werd in een stoer tuigje gehesen en nog voor ze 1 cm van de vloer was geweest had ik al 200 foto’s gemaakt. 

Na een hele goede uitleg en 2x oefenen mocht ze beginnen. Opperste concentratie, behendig en zonder angst heeft ze het eerste parcours 2x en het tweede parcours 1x gedaan. Daarna mochten we zonder tuigje in de boomhutten spelen. Verschillende boomhutten die doormiddel van een gangenstelsel van netten aan elkaar verbonden waren en veel glijbanen. Vrolijk klom ik mee. Later pas besef ik dat ik een jurkje aan had dus dat de klim-wachter die ons vanaf beneden in de gaten hield een appart uitzicht had vanaf beneden… Al met al super trots op sara 

In de avond gingen de kids super makkelijk slapen. Wat fijn is. Wij spelen scrabble en ik giebel omdat ik het woord piemel kan maken met de letters op mijn plankje. Maar Arno verpest het voor me en legt een net woord neer waar ik piemel wilde neerleggen. 

Als we later op de avond naar binnen gaan omdat het buiten te donker is stap ik in de tent op een rammelaar en Arno op een krakend pakje billendoekjes. Het rammelen en kraken klinkt in deze stilte als een apocalyps, maar gelukkig blijven de meiden slapen. 

Vandaag een luie dag. Sara en ik zijn samen naar een vlindertuin geweest. Was mooi maar sara heeft van schrik een vlinder neergemept met d’r boekje (waarvan 80% van de omzet gaat naar het redden van bedreigde vlindersoorten). 

Nu eten we frikandel omdat deze nieuw zijn op de menukaart van de camping. Ik voel me hier thuis.

Dag 13:
Laatste dag op vakantie. Dus we doen alles voor de laatste keer. Zwemmen in de rivier, middagdutje, rosee drinken, kano’s zien omslaan. 

Laatste keer uit eten, maar voor de eerste keer uit eten bij het campingrestaurant. Ik vroeg spareribs, meneer vroeg hoe ik ze gebakken wilde hebben… Nou… Doorbakken, aangezien het spareribs zijn. Dus ik ben benieuwd haha. 

Sara danst (een stukje verder op) a-ritmisch dr ledematen uit dr lijf bij de kinderdisco. Het muzikale gevoel spat er niet echt vanaf, maar het enthousiasme wel. En dat is ook wat waard. Hanna klapt 1x in dr handjes en kijk me aan met een blik van “deal with it, dit is alles dat ik kan”. 

Vanavond nog 1 kans om de eindstand van ons mölkky kampioenschap te winnen. De stand is 14-13 voor Arno… 

Maar eerst even halve finale kijken.

Dag Frankrijk, dag tent, dag rivier. Dag dode vlinder, dag kutmuggen, dag wiebelweggetjes. We gaan jullie missen…

Dag 14:
Thuis! Het was een lange rit. 170 km/h door Frankrijk crossen en vieze zoute maaltijden eten bij wegrestaurants omdat…. Wat moet je anders doen?

Heel veel “ik zie, ik zie wat jij niet ziet. En het is….” en vaak was het groen, terwijl we tussen groene bomen/bergen/weilanden/maisvelden/bosjes doorreden. Voor het gemak.

Ook “wie is het” gedaan, de reiseditie. Is hetzelfde alleen praktisch voor de auto. 
Sara helemaal in een deuk om dr eigen grap: “heeft jouw poppetje een dinosaurus op zijn hoofd? Hahaha” 
ik: “nee.”
sara: “ohw dan doe ik nu alle poppetjes met dinosaurussen op hun hoofd naar beneden hahaha”.
zo duurt een spelletje wel lang.

De laatste 30km leek het even alsof we toch nog een hotelletje moesten pakken om morgen het laatste stuk naar huis te rijden. Simpelweg omdat de meiden écht écht écht geen zin meer hadden en bijna de auto uit barstten. But we made it!

Thuis haalt sara al haar vertrouwde speelgoed uit alle bakken en kasten en Hanna doet mee. Arno vliegt nog even langs de winkel voor babymelk en komt terug met een stukje Frankrijk. Deze zonnetjes staan nu mooi op tafel, de vakantie gaat nog even thuis verder.