De verdwijntruc

“Mevrouw u mag hier niet staan, de gangen moeten vrij blijven.” Met engelen geduld spreekt de drieëntwintigjarige badmeester mij aan en zegt dat ik in de kleedkamer kan wachten, of in het restaurant waar een consumptie verplicht is. Vorige week zei hij hetzelfde en de week daarvoor ook. Maar ik probeer toch even te zien of Sara blijft drijven als ze met kleding aan moet zwemmen en vanaf de gang is de enige plek waar ik haar kan zien ploeteren in het water.  Vervolgens is ze de andere helft van de zwemles bezig met de natte kleding, die vacuüm tegen haar lichaam geplakt zit,  uit te trekken.

Zwemles is voor ouders niet het meest enerverende uitje van de week, maar als je niet mag kijken naar je kind dan blijft er helemaal weinig over. Als ik Hanna mee neem dan hobbel ik een beetje achter haar aan terwijl ze door het hele pand loopt, maar nu mag dat niet meer. Dus Hanna en ik zijn gebonden aan de kleedkamer. Drie kwartier lang.

Nu we elke week op de harde latjes van de kleedkamerbankjes zitten heb ik wel even te tijd om met andere ouders te praten. We zijn nu een vast groepje van vier. Drie moeders en één vader. Ons wekelijks thee-loze-kransje  gaat voornamelijk over dat we ons echt niet kunnen herinneren dat we vroeger ook al borstcrawl moesten doen voor onze A diploma. Dat we niet snappen waarom ze hun vingers bovenwater moeten houden met watertrappelen. Als ik ooit in het midden van de oceaan drijf als schipbreukeling zal ik vast niet ineens denken: “oh shit, ik moet wel mijn vingers bovenwater houden”.
Verder bespreken de moeders Netflix series en zit vader zwijgend naar ons te luisteren of te luid te telefoneren voor werk. Vervolgens vragen wij of zijn deal nou nog niet rond is, terwijl we alle drie niet weten wat voor werk hij doet. Hij antwoord dat het écht eraan zit te komen, volgende week gaat het gebeuren. Wij roepen enthousiast dat we ook dat idee kregen bij het horen van dit gesprek. Moeder één, moeder twee en ik knikken heftig met ons hoofd om onze woorden kracht bij te zetten. Ondertussen speelt Hanna op de grond met paars glinsterslijm, dat heeft ze van Sara gekregen die het zelf gemaakt heeft op een verjaardagsfeestje.

Moeder één kijkt naar Hanna en spreek haar verbazing uit over dat kinderen die slijm-rommel zo leuk vinden. Ondertussen kneedt Hanna vier lange vieze haren mee in de bonk paars slijm. Ik snap wel dat kinderen het leuk vinden, ik vind het zelf ook wel lekker voelen als het net nieuw is. Maar als ik nu naar het ranzige bonkje slijm van Hanna kijk, krijg ik vooral kokhals neigingen. Haar, zand, broodkruimels, stof en mieren. Alles wordt opgenomen in de paarse massa, maar Hanna stoort zich er niet aan.

“Ik denk dat het vanavond kwijt raakt als ze op bed ligt” zeg ik. En beide moeders knikken begrijpend. “gisteravond is de zak magic sand van mijn dochter kwijtgeraakt” biecht moeder één schouderophalend op. “oja, dat raken wij ook altijd kwijt” beaamt moeder twee. Ondertussen speelt Hanna verder met de afgrijselijke paarse harige bonk.

Een andere moeder die met haar dochter is binnen gekomen in de kleedkamer luistert even mee naar de stroom van kwijtgeraakt speelgoed die we opnoemen. De speelgoed xylofoon, play dough, blokfuit, strijkkraaltjes. De rij wordt steeds langer en wij worden steeds luidruchtiger en roepen gekscherend dingen als “wat een ontaarde moeder ben jij dat je altijd alles kwijtraakt!! Dat zou mij nou noooooit overkomen” tegen elkaar. We lachen alsof we stepford wives zijn en moeder twee gooit haar haren naar achter.

“Bij ons zijn de batterijen altijd na één dag leeg en we hebben nóóit nieuwe batterijen in huis”, zegt de andere moeder zachtjes terwijl ze haar handen voor de oren van haar dochter houdt. Ik, moeder één en moeder twee ontvangen haar onverwachte biecht met veel enthousiasme en “amen!!”. De vrouw giechelt en loopt blozend met haar dochter de kleedkamer uit. Hanna heeft ondertussen 30 kleine stukjes paarse smurrie om zich heen liggen.

Eindelijk komen onze kinderen drijfnat de kleedkamer inlopen, een meute ouders volgt. Ons thee-loze-kransje is voorbij. We drogen haren af, knijpen badpakken uit en proberen sokken aan te doen over nog veel te natte voeten. Dan staat de vader op, de jurk van zijn dochter zit achterstevoren en deels in haar onderbroek. Hij roept luid door de kleedkamer: “nou, dames het was me weer een waar genoegen. Blij te horen dat ik niet de enige ouder ben die stom speelgoed van zijn kinderen stiekem weggooit als ze slapen! Tot volgende week! En oja, volgende week is die deal rond.” Hij kijkt mij en de twee moeders trots aan. Wij steken voorzichtig een duimpje op.

Om ons heen kijken een stuk of twaalf kinderen geschokt naar hun ouders. “nee joh, dat meent die meneer niet hoor. Dat doen wij niet.” hoor ik verschillende moeders uitleggen. Ik kijk of Sara wat gehoord heeft, maar die zit met Hanna half aangekleed op de grond van de kleedkamer en speelt met het walgelijke klompje paars slijm. Ik kan niet wachten tot ik het kwijtraakt.

High tea en hoge verwachtingen

Een tijdje geleden zat ik in een tijdschrift te bladeren. Dat doe ik niet vaak, maar er zijn momenten dat ik dat fijn vind, tot ik foto’s zie van dames in kleding die zo duur is dat ik er een lening voor af  zou moeten sluiten. Ik denk niet dat ik het zou aandurven om iets te eten of te drinken in zulke dure kleding, wellicht dat die modellen daarom zo slank zijn. Spaghettisaus op een witte blouse van achttienhonderd euro is wel zonde namelijk. Maarja, ik bladerde dus door een tijdschrift. En mijn oog viel op een artikel dat me aansprak.

De titel was “10 activiteiten voor moeder en dochter”. De inleiding was een stukje interview met een pedagoge die vertelde over hoe belangrijk het was dat moeders activiteiten ondernemen samen met hun dochters. Echte meiden dingen. En daar was vast een goede reden voor, maar omdat het tijdschrift vooral gericht was op plaatjes en schreeuwerige kopteksten was deze gereduceerd tot: “Samen dingen doen zorgt voor bonding.

Misschien was ik er die dag extra vatbaar voor, misschien was het omdat mijn meiden de laatste tijd letterlijk aan het been van mijn man hangen, misschien vond ik negen van de tien activiteiten in het tijdschrift best leuk klinken. Maar wát het ook was, ik besloot terplekke dat ik dit ook met mijn meiden gaan zou doen. Lekker “bonden”, doormiddel van leuke “bonding” activiteiten, “all about the bonding”, want “Bonding is awesome!”

Dus na een weekje bedenken en zoeken besloot ik een mengelmoes te maken van drie bonding activiteiten:
1. Trek je mooiste kleren aan
2. Ga uit eten bij een chique restaurant
3. Laat haar je lievelingsplek zien.

Resultaat: in prinsessenkleding een high tea op de Euromast met uitzicht op Rotterdam.

Flash forward: Ik heb er zo veel zin in!!! Vandaag is het zover, alles is geregeld en ik ben helemaal klaar voor een partijtje bonding waar je U tegen zegt! Vandaag wordt een idyllische dag die we voor altijd zullen herinneren. Vanaf vandaag zullen de kinderen aan mijn benen hangen.

In de ochtend leg ik voor beide meiden een setje prinsessenkleding klaar. Mezelf tut ik ook op. Ik föhn mijn haar in de krul en  trek de jurk aan die ik speciaal voor de kerst had gekocht en dus maar één keer eerder gedragen heb. Voor beide meiden heb ik ook een kroontje want alleen een prinsessen jurk is niet genoeg. Het is alles of niets.

De meiden spelen lekker buiten en wanneer ik ze naar binnen roep hijs ik ze in hun schattige outfits. Hanna moet wel al gelijk huilen in de auto op weg naar de Euromast, dat schrijf ik toe aan de honger en dat zal door de high-tea wel opgelost worden. Sara zegt dat ze liever nog zou buiten spelen, maar ik roep “maar mama heeft een verassing!!” en alles is goed.

Eenmaal bij de Euromast zegt Sara: “hier ben ik al een keer geweest”. Hanna vraagt wanneer papa komt. Maar ik ben zo blij met deze bonding ervaring dat ik het allemaal van me af schud. De lift in, naar de vierde verdieping, het restaurant in. We worden naar een prachtige tafel gewezen en de serveerster is heel vriendelijk. De meiden kijken uit het raam en ik vertel over wat ze allemaal zien.
dan legt Sara haar wang tegen het raam en zucht: “dit is saaaaaai”.

Vanaf daar gaat het alleen maar bergafwaarts. Hanna geeft drie keer een vals signaal dat ze moet poepen, dus lopen we drie keer het hele eind en twee trappen af naar de toilet. Zonder succes. Bij de derde keer staan er als we terugkomen al twee prachtige etagères met lekker hapjes voor groot en klein. Voor de meiden staat er limonade en  het is duidelijk dat Sara dit zelf heeft geprobeerd in te schenken want er ligt een grote roze plas op het tafelkleed. Hanna neemt een hapje van een broodje. “Blughh” en ze spuugt het hapje uit. “Vies” zegt ze terwijl ze het perfect vierkante broodje met chocopasta, dat haar ultieme korstloze brood-droom moet zijn, terug legt op de schaal. Sara zegt nogmaals dat het hier saai is, maar eet gelukkig wel een stuk taart. Ik probeer te praten over de vakantie, over school, over het eten, over Rotterdam, over prinsessen en tekenen. Maar niets helpt en alles is stom. Hanna besluit dat ze weg gaat en loopt richting de lift. Ik ren er achteraan en zet een huilende Hanna terug op haar stoel.

Ik weet ondertussen niet eens meer wat de term “bonding” betekend. Ik dep limonade met servetjes, zeg tegen Sara dat ze geen filmpje mag kijken op mijn telefoon ondanks dat het saai is en onderschep de vierde ontsnappingspoging van Hanna. Niemand eet meer. We zien er mooi uit, maar daar houdt het mee op. Ik twijfel of ik met de twee boze stiefzusters van assepoester uit eten ben. Hanna staat met haar schoenen op een witte bank en Sara zegt dat ze moet plassen.

De serveerster is nog steeds super aardig als ik de rekening vraag. Terwijl zij de bon print ren ik met Sara naar de trap en zeg dat onderaan de trap de wc is. Ik ren terug naar Hanna en reken af. Vervolgens ga ik met Hanna  de trap af naar de toiletten om Sara op te halen. Ik krijg geen gehoor van Sara in de dames toiletten. Wel zet ik Hanna op een toilet voor een vierde poep-poging. Ik roep voorzichtig “Sara?” in de mannen toilet en maak een excuserend gebaar naar de man die omkijkt vanaf een pisbak. “ik kreeg mijn legging niet naar beneden…” hoor ik zachtjes vanuit het enige wc hokje. Vanuit mijn ooghoeken zie ik Hanna in d’r blote kont de dames toilet uitlopen.

Drie prinsessen staan zwijgend in de lift van de Euromast en stappen zwijgend in de auto.  “Heeft iedereen zijn gordel om?” vraag ik en herinner me vervolgens dat ik net zelf allebei de gordels heb vast gemaakt. We rijden door Rotterdam en ik kijk naar alle gebouwen die ik net heb aangewezen vanuit de Euromast. Ik rij langs ons oude huis en wil het aanwijzen, maar ik bedenk me en rijd er langs. “mag ik straks buiten spelen?” vraagt Sara en ik antwoord: “nee, je moet zo naar zwemles.”

Drie chagrijnige prinsessen komen thuis. Geen enkele prinses verteld over onze idyllische bonding van vandaag. Ik trek mijn kerstjurk uit en hijs mezelf weer in een spijkerbroek. Naast het bed ligt het inmiddels stoffige tijdschrift. Gefrustreerd smijt ik het in de oud papier bak.

Elke minuut telt

Het is nog steeds vakantie. En als je geen kinderen hebt is het heerlijk om met dat idee wakker te worden. Ik weet nog goed hoe het was. Je doet je ogen open, rekt je uit en kijkt op je telefoon. Je ziet 9.00 staan en denkt “ik draai me nog eens om”. Misschien ga je snel even plassen, je probeert je ogen zoveel mogelijk dicht te houden om de slaap-vibes te bewaren en kruipt snel weer terug onder je deken. De volgende tijd die je ziet staan op je telefoon is 12:30. En dan denk je terwijl je nog in je bed ligt na over wat je wilt ontbijten en welke kleren je aan gaat trekken. Je grootste dilemma is: ga ik eerst douchen  of eerst eten. Maar dat is het dan ook. Heerlijk…. Zo was het ooit…

Twee kinderen later zien mijn ochtenden er iets anders uit. En dan laat ik de werkdagen even buiten beschouwing.

Ik heb vakantie en lig lekker in bed. Mijn deken voelt als een warme omhelzing en het matras ligt zo lekker dat ik mezelf één voel worden met het mee-verende materiaal. Ik droom van een strand en palmbomen terwijl ik met een rietje een drankje slurp uit een met fruit versierd glas.  In de verte komt een ober aanlopen met mijn volgende drankje. De golven slaan op het strand en het zand straalt warmte af. Terwijl ik zonnebrand smeer (waaraan op magische wijze geen zand blijft plakken) hoor ik in de verte zeemeeuwen. Alles is perfect.

“mama…” hoor ik door de golven heen en ik zet mijn drankje neer. “mama!” hoor ik nog een keer, nu duidelijker. “mama, Ik ben wakker!!” het strand verdwijnt en ik open mijn ogen. Op twee centimeter van mijn gezicht zie ik twee paar blauwe ogen voor m’n neus zweven. Als ik mijn hoofd naar achter beweeg en m’n ogen zich eindelijk kunnen focussen blijkt het maar één paar blauwe ogen te zijn. De ogen van mijn jongste dochter.

“wakker, mama” zegt Hanna nog een  keer. Gedesoriënteerd grijp ik naar mijn telefoon om te kijken hoe laat het is, 6.50 geeft mijn veel te felle beeldscherm aan. Ik leg de telefoon weer neer en kijk nogmaals naar Hanna. Die staat met grote ogen en een nog grote glimlach afwachtend te kijken.
Mijn oudste is nog niet wakker dus ik begin mijn eerste poging om langer in bed te kunnen blijven liggen.

Ik schuif een stukje naar het midden van het matras en hou met één arm de deken omhoog. “kom maar” zeg ik. “maar wel stil zijn, iedereen slaapt nog.” En om het extra kracht bij te zetten benoem ik “de héle wéreld slaapt nog”. Hanna kruipt naast me. Ze is nog lekker warm en we liggen strak tegen elkaar aan. Dit heerlijke moment duurt welgeteld heerlijke 3 seconden. Dan prikt ze met een vinger tegen mijn neus en zegt “tuuuut”. Ik zeg nogmaals dat de hele wereld nog slaapt en Hanna aait over mijn wang. “slaap lekker”, zegt ze, om daarna “wakker worden!!”  te roepen en vervolgens de slappe lach te krijgen. Dit werkt niet.

Het geschater van Hanna is blijkbaar ook in de aangrenzende kamer te horen en het duurt niet lang of Sara staat ook aan het bed. “ik wil er ook bij” zegt ze stellig en ik doe weer met één arm de deken omhoog zodat ze naast Hanna kan aanschuiven. Maar nee, madam moet in het midden. Na haar al haar knieën en ellebogen tussen mijn ribben te hebben gevoeld heeft ze eindelijk haar plekje gevonden. En zo leggen we weer vijf heerlijke seconden vredig naast elkaar, voordat Sara zegt “ik wil naar beneden” en Hanna zegt “ik wil mee, ik wil spelen”.

In mijn hoofd vind nu een supersnelle rekensom plaats. Ik zal je de precieze details besparen, maar het komt er op neer dat ik alle kosten en baten bereken van een situatie waarin de twee meiden alleen beneden zijn en wij nog even boven in bed liggen. Heb ik de mooie wijnglazen opgeborgen? Slingert er ergens nog vingerverf of lijm rond? Hoeveel schade heb ik er voor over om nog even op mijn droomstrand te kunnen zijn? Als ik mentaal alle breekbare spullen heb kunnen lokaliseren zeg ik: “ga maar, mama en papa komen zo”.

Ik lig nog in bed. Beneden hoor ik gestommel, maar het klinkt niet alsof er iets kapot gaat, niets waardevols in ieder geval. Ik hoor de meiden lachen en daarna hoor ik Hanna even au roepen, maar daarna gelukkig weer lachen. Er zijn dus geen verwondingen waarvoor ik nu gelijk naar beneden moet komen.

“ik heb honger!!” klinkt het onderaan de trap. Ik maak weer een mentaal  kostenplaatje. Vind ik het tien minuten extra bed-tijd waard om de meiden zelfstandig een kuipje smeerkaas leeg te laten lepelen en vervolgens hagelslag op een boter-loze boterham te laten storten? Prima, is mijn conclusie. “Pak zelf maar wat!” Fluister-roep ik vanuit bed. Ik heb vakantie, ik ruim het later wel op.

Als even later ook “dorst!” naar boven wordt geroepen probeer ik te bedenken hoe groot een plas melk van 1,5 liter is. Aangezien dit zeker weten het gevolg zal zijn van een poging om zelf drinken in te schenken. Heb ik de energie om met mijn slaperige hoofd 5 vierkante meter melk op te ruimen? Is dit het waard om nog langer voor in bed te blijven liggen? Nee.

Ik sla de deken van me af, ruk me los van mijn matras en zeg daarmee vaarwel tegen het strand en de palmbomen. Eenmaal beneden kan ik nog net Sara onderscheppen die het volle pak melk gevaarlijk schuin houdt. Het kuipje smeerkaas is voor de verandering niet leeggegeten, maar ligt wel op zijn kant op het aanrecht. Op een bordje ligt een boterham met hagelslag, bij nadere inspectie blijkt er smeerkaas onder te zitten als plakmiddel. Dit was mijn extra bed-tijd wel waard.

Ik zet de meiden aan tafel en geef ze een boterham met iets minder avontuurlijk beleg en een glas melk. Zelf pak ik een glas sap. In een mooi wijnglas en op de rand duw ik een aardbei. Tropischer  dan dit zal het vandaag niet worden.

Nieuw ronde, nieuwe kansen.

Het is vakantie! En wij hebben het geluk dat we in een straat wonen met heel veel kinderen, dus er is altijd wel iemand om mee samen te spelen. Het is een levendige buurt en iedereen mag bij elkaar in de tuin komen. Dus als het lekker weer is hebben de kids alle trampolines, zandbakken, steppen, skates, schommels en voetballen van de hele straat tot hun beschikking. Soms is er even ruzie om iets, maar meestal gaat alles vredig en is er niet veel gedoe wanneer ze buiten spelen.

Het échte gedoe begint pas als het regent. Zoals vandaag.

Ik wordt wakker en hoor gelijk dat er regen op mijn burgerlijke veluxramen valt. “Oh neeeee….”. Ik kijk snel hoe laat het is. Het is 7:15. Ook hoor ik dat Sara al bij Hanna op de kamer is en dat ze samen aan het ravotten zijn. Nog steeds passen ze samen in het ledikant van Hanna en ze kunnen zich er rustig een uur in vermaken. Maar daar hebben vandaag we geen tijd voor, want het regent, dus ‘De veiling klok is gaan lopen’. En je denkt vast “huh? Wat heeft een veilingklok hiermee te maken?”.

Ik zal het uitleggen:

Bij een veiling, bijvoorbeeld een bloemenveiling, wil je als de klok loopt zo laat mogelijk drukken om de prijs zo laag mogelijk te krijgen, maar je moet wel snel genoeg drukken om als eerste te zijn. Dus speel je samen een zenuwslopend spelletje waarin je zo lang mogelijk wacht en tegelijk de ander voor wilt zijn.

Op regenachtige dagen willen kinderen binnen spelen. Dus ik zie voor me dat alle ouders in de wijk op regenachtige ochtenden, zenuwachtig kijkend op de klok, proberen in te schatten wat een schappelijke tijd is om je kind de deur uit te gooien om ergens anders te gaan spelen. In de hoop dat er niet een ouder is die één minuut eerder zijn kind uitzwaait bij de voordeur en roept: “kijk maar of ze thuis zijn, ok? Lekker spelen he!”. Want als je te laat bent dan heb je nog vóór 10.00 uur een huis vol kinderen en een woonkamer vol glitters, snippers, lego, poppen, stiften en klei.

Dus terwijl ik Sara aankleed kijk ik op de klok, 7:45. Terwijl Sara een boterham eet kijk ik op de klok, 8:15. Ze mag nog wel even tv kijken, 9.00. In mijn hoofd maak ik de afweging en discussieer ik met mezelf: “normaal zou ze al dertig minuten op school zitten, dus dit wel een nette tijd toch?” “maar het is vakantie, het is te vroeg”. “niemand met kinderen slaapt uit, dus ze zullen wel wakker zijn” “maar misschien moet ik wachten tot half tien.”

Ik besluit nog een kwartier te wachten en schil een appel voor Sara terwijl ik op de klok kijk. Ik kan ook niet té lang wachten met haar richting een vriendinnetje te sturen, want dan staan ze al hier aan de deur en dan zit ik met het hele circus hier. Dus om stipt 9.25 stuitert Sara de deur uit, door de regen naar een paar huizen verderop. Ik hoor de voordeur open gaan en gelijk daarna hoor ik een meisje roepen: “jaaaaa we gaan knutselen!!”. Vanaf een andere kant zie ik nog twee buurmeisjes aan komen rennen, ze dragen regenjasjes en laarzen. Ze verdwijnen allemaal in hetzelfde huis.

Rond 12:00 komt sara terug, met een knutselwerk overladen met glitters, snippers en stickers. Ik kan me alleen maar voorstellen hoe het huis eruit moet zien waar dit kunstwerk tot stand is gekomen.

Wanneer ik later die middag de vuilnisbak op de stoep zet kom ik de buurman van een paar huizen verderop tegen. Hoi. Haay. “Ook lekker vakantie?” vraag ik. “jazeker” antwoord de buurman terwijl hij zuchtend wat glitters van zijn shirt klopt. Als hij zich omdraait zie ik een sticker op zijn broek zitten.

Ik denk zomaar dat de veilingklok morgenochtend wat vroeger begint te lopen.

veilige modus

Ik denk dat iedereen wel eens dit soort dagen heeft. Misschien ben je wel heel verdrietig of boos over iets, of er gebeurt iets waardoor je helemaal uit je doen bent. Wellicht is je hoofd te vol met gedachten, zoals drukte op werk, rekeningen, post, kinderen en ga zo maar door. En op het moment dat je denkt een mental breakdown te krijgen dan gaat je brein over op Damage control.

Natuurlijk heeft niet iedereen dit en staat het je vrij om te reageren zoals je wilt op het moment van een mental breakdown. Wil je huilen? Wil je in bed liggen? Een wijntje drinken? Wil je huilen in bed met een wijntje? Vooral doen!
Maar in mijn geval drukt mijn brein-poppetje meestal op de grote rode knop met de opdruk damage control. Het is tenslotte niet handig om met je fles Chardonnay onder de lakens te kruipen als de kids uit school gehaald moeten worden en uiteindelijk wel graag avondeten zouden willen hebben.

Zelf noem ik het “opstarten in de veilige modus”. Vroeger…nee…vroegah deed je dat wel eens met je computer als je dacht dat je een virus had binnen gehaald (met het downloaden van het nieuwste liedje van Greenday). Je drukte dan tijdens het opstarten van je computer op F8 en dan startte hij in veilige modus op. Dit betekent dat je computer functioneert met de minimale stuurprogramma’s die nodig zijn om hem te laten draaien, het gaat iets langzamer dan normaal maar je kunt nog altijd bij al je belangrijke bestanden.

Wanneer je dit zou vertalen naar een menselijk brein, dan betekent dit dat je niet meer of minder doet dan wat er minimaal nodig is om je dag door te komen. Tegelijkertijd kun je ondanks alles toch nog alle liedjes op de radio meezingen.
Dus terwijl ik met Adele mee brul, smeer ik een boterham voor de overblijf en prop deze met een ligakoek en een pakje drinken in sara d’r rugtas. Deze dingen kan ik, zonder al te veel na te denken. In een ooghoek kijkt er een traantje of de kust al veilig is, maar trekt zich vervolgens terug wanneer hij ziet dat ik mijn moeder moet bellen of deze de kids uit school kan halen aangezien ik gewoon moet werken.

Na school checkt de brok in mijn keel of er al gelegenheid is om heel hard te huilen, maar nee… Is er dan zelfs geen mogelijkheid om even iets kapot te gooien? Nee, want Sara en Hanna tekenen aan de keukentafel.
“kijk eens!” er wordt een tekening omhoog gehouden. “mooi!” zeg ik met een brede glimlach. Ik kijk wel, maar ik zie de tekening niet. En op diezelfde manier heb ik ook al gevraagd of ze wat willen drinken, zonder naar het antwoord te luisteren.

Wanneer je een computer opstart in de veilige modus geeft dit je de kans om te identificeren waar het probleem vandaan komt. Het lost het probleem niet voor je op! Dus dit betekent dat de eerstvolgende keer dat je niet in veilige modus opstart je het virus moet verhelpen.
Voor mensen betekent dit dat je even goed moet huilen, naar een begrafenis moet, wellicht een mok kapot gooit of je post moet openen.

Veilige modus voelt voorlopig nog even veilig.