De verdwijntruc

“Mevrouw u mag hier niet staan, de gangen moeten vrij blijven.” Met engelen geduld spreekt de drieëntwintigjarige badmeester mij aan en zegt dat ik in de kleedkamer kan wachten, of in het restaurant waar een consumptie verplicht is. Vorige week zei hij hetzelfde en de week daarvoor ook. Maar ik probeer toch even te zien of Sara blijft drijven als ze met kleding aan moet zwemmen en vanaf de gang is de enige plek waar ik haar kan zien ploeteren in het water.  Vervolgens is ze de andere helft van de zwemles bezig met de natte kleding, die vacuüm tegen haar lichaam geplakt zit,  uit te trekken.

Zwemles is voor ouders niet het meest enerverende uitje van de week, maar als je niet mag kijken naar je kind dan blijft er helemaal weinig over. Als ik Hanna mee neem dan hobbel ik een beetje achter haar aan terwijl ze door het hele pand loopt, maar nu mag dat niet meer. Dus Hanna en ik zijn gebonden aan de kleedkamer. Drie kwartier lang.

Nu we elke week op de harde latjes van de kleedkamerbankjes zitten heb ik wel even te tijd om met andere ouders te praten. We zijn nu een vast groepje van vier. Drie moeders en één vader. Ons wekelijks thee-loze-kransje  gaat voornamelijk over dat we ons echt niet kunnen herinneren dat we vroeger ook al borstcrawl moesten doen voor onze A diploma. Dat we niet snappen waarom ze hun vingers bovenwater moeten houden met watertrappelen. Als ik ooit in het midden van de oceaan drijf als schipbreukeling zal ik vast niet ineens denken: “oh shit, ik moet wel mijn vingers bovenwater houden”.
Verder bespreken de moeders Netflix series en zit vader zwijgend naar ons te luisteren of te luid te telefoneren voor werk. Vervolgens vragen wij of zijn deal nou nog niet rond is, terwijl we alle drie niet weten wat voor werk hij doet. Hij antwoord dat het écht eraan zit te komen, volgende week gaat het gebeuren. Wij roepen enthousiast dat we ook dat idee kregen bij het horen van dit gesprek. Moeder één, moeder twee en ik knikken heftig met ons hoofd om onze woorden kracht bij te zetten. Ondertussen speelt Hanna op de grond met paars glinsterslijm, dat heeft ze van Sara gekregen die het zelf gemaakt heeft op een verjaardagsfeestje.

Moeder één kijkt naar Hanna en spreek haar verbazing uit over dat kinderen die slijm-rommel zo leuk vinden. Ondertussen kneedt Hanna vier lange vieze haren mee in de bonk paars slijm. Ik snap wel dat kinderen het leuk vinden, ik vind het zelf ook wel lekker voelen als het net nieuw is. Maar als ik nu naar het ranzige bonkje slijm van Hanna kijk, krijg ik vooral kokhals neigingen. Haar, zand, broodkruimels, stof en mieren. Alles wordt opgenomen in de paarse massa, maar Hanna stoort zich er niet aan.

“Ik denk dat het vanavond kwijt raakt als ze op bed ligt” zeg ik. En beide moeders knikken begrijpend. “gisteravond is de zak magic sand van mijn dochter kwijtgeraakt” biecht moeder één schouderophalend op. “oja, dat raken wij ook altijd kwijt” beaamt moeder twee. Ondertussen speelt Hanna verder met de afgrijselijke paarse harige bonk.

Een andere moeder die met haar dochter is binnen gekomen in de kleedkamer luistert even mee naar de stroom van kwijtgeraakt speelgoed die we opnoemen. De speelgoed xylofoon, play dough, blokfuit, strijkkraaltjes. De rij wordt steeds langer en wij worden steeds luidruchtiger en roepen gekscherend dingen als “wat een ontaarde moeder ben jij dat je altijd alles kwijtraakt!! Dat zou mij nou noooooit overkomen” tegen elkaar. We lachen alsof we stepford wives zijn en moeder twee gooit haar haren naar achter.

“Bij ons zijn de batterijen altijd na één dag leeg en we hebben nóóit nieuwe batterijen in huis”, zegt de andere moeder zachtjes terwijl ze haar handen voor de oren van haar dochter houdt. Ik, moeder één en moeder twee ontvangen haar onverwachte biecht met veel enthousiasme en “amen!!”. De vrouw giechelt en loopt blozend met haar dochter de kleedkamer uit. Hanna heeft ondertussen 30 kleine stukjes paarse smurrie om zich heen liggen.

Eindelijk komen onze kinderen drijfnat de kleedkamer inlopen, een meute ouders volgt. Ons thee-loze-kransje is voorbij. We drogen haren af, knijpen badpakken uit en proberen sokken aan te doen over nog veel te natte voeten. Dan staat de vader op, de jurk van zijn dochter zit achterstevoren en deels in haar onderbroek. Hij roept luid door de kleedkamer: “nou, dames het was me weer een waar genoegen. Blij te horen dat ik niet de enige ouder ben die stom speelgoed van zijn kinderen stiekem weggooit als ze slapen! Tot volgende week! En oja, volgende week is die deal rond.” Hij kijkt mij en de twee moeders trots aan. Wij steken voorzichtig een duimpje op.

Om ons heen kijken een stuk of twaalf kinderen geschokt naar hun ouders. “nee joh, dat meent die meneer niet hoor. Dat doen wij niet.” hoor ik verschillende moeders uitleggen. Ik kijk of Sara wat gehoord heeft, maar die zit met Hanna half aangekleed op de grond van de kleedkamer en speelt met het walgelijke klompje paars slijm. Ik kan niet wachten tot ik het kwijtraakt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s