Raar maar echt waar

Een wijs man zei ooit: “Reality leaves a lot to the imagination”.

Er zijn veel momenten geweest waarop ik aan deze uitspraak heb gedacht, is het eigenlijk wel waar? Ik had bijvoorbeeld nooit een voorstelling kunnen maken van hoe vertrouwd je kind voelt binnen twee seconden na zijn geboorte, alsof het universum “duh…” zegt. Tegelijkertijd ben je zo verbaasd over het feit dat er nu daadwerkelijk een kindje is, dat je aan jezelf begint te twijfelen over wat je dan al deze tijd had verwacht. 
Dat zijn momenten waarop de realiteit groter is en meer impact maakt dan de sterkste verbeelding. Romantisch hè…

Ik weet niet zeker of ik nog steeds dit soort romantische of filosofische gedachten heb wanneer ik aan mijn kinderen denk…

Van de week dronk mijn jongste dochter de loempiasaus rechtstreeks uit het bekertje van de afhaalchinees. En mijn oudste dochter beet op haar teennagels terwijl Arno haar een bedtijdverhaaltje voorlas. Ik ben nog steeds getraumatiseerd van die keer dat ik stond te koken, mij omdraai en Hanna op de eettafel zie staan. Vervolgens stapt ze lachend, met al het vertrouwen in de wereld, van de tafel af. Er van uitgaande dat ik haar vang, wat ik gelukkig ook deed. Met een buikschuiver vanuit de keuken. En terwijl ik nog met een lichte hartverlamming op de grond lag, zei Hanna doodleuk: “nog keertje”. 

Dat dit vandaag de dag mijn werkelijkheid zou zijn had ik in mijn wildste dromen nog niet voorzien. Ik kijk daarom ook elke dag vol verbazing naar de gekke nieuwe dingen die ze doen of zeggen. En vervolgens denk ik dan bij mezelf: “dat zullen ze wel van Arno hebben…” 

Ik denk trouwens dat alle moeders hier wel iets in herkennen, kinderen die rare dingen doen. Moeders roepen hierdoor ook de raarste dingen, we spreken zinnen uit die nog nooit zijn uitgesproken. Nieuwe woordcombinaties die nog nooit in dezelfde zin zijn gebruikt. Zoals:
“Niet aan je broertjes oksel likken” 
“Niet met die courgette op je zus d’r hoofd meppen” 
“Haal die klei eens uit je broek” 
“Waarom ruikt de afstandsbediening zuur?”  

Het zou best een leuk format voor een spelshow op tv zijn: “Haal die … eens uit je …!!

Waar je als deelnemer telkens 5 opties krijgt om in te vullen op de puntjes in een zin. “Haal die (waterpomptang) eens uit je (broertjes neus)!!” Wanneer het goed is gaat vervolgens de moeder die de desbetreffende zin heeft uitgesproken vertellen hoe deze situatie tot stand kwam. “Het was de ochtend van 13 september 2017, ik weet het nog als de dag van gister….” 

Ik zou zeker weten kijken. 

De megafabriek

Het is tijd… “de dag die je wist dat zou komen…”

We moeten gaan nadenken over een nieuwe keuken. En zoals ik al zei: we wisten dat deze dag zou komen toen we dit huis kochten. De makelaar zei dat het huis prima was om zo in te trekken, maar dat de keuken en badkamer wel vervangen moesten worden binnen vijf jaar. Aangezien ik hooguit maar één week vooruit kan denken, leek vijf jaar in mijn ogen een eeuwigheid. Maar toen waren er opeens 3 jaar voorbij, hebben we onze inbouwkoelkast al een keer vervangen met een marktplaatskoelkast en zijn we dertig afgebroken afwasmachine wieltjes verder. Het is tijd…

Maar waar begin je? Over het algemeen beginnen de meeste mensen met sparen, maar dat is ons niet zo goed gelukt. Dus beginnen wij gewoon met keukens kijken en proberen we aan de hand daarvan in te schatten of we onze keuken nog binnen de gevreesde vijf jaar kunnen vervangen (als we NU beginnen met sparen). Misschien hebben wij gewoon een visuele stok achter de deur nodig.

Een dagje woonmall Alexandrium!! We nemen onze jongste dochter mee zodat we verkopers kunnen afpoeieren door halverwege hun zin te zeggen: “even achter de kleine aanlopen hoor!!” en dan haastig tussen de keukenblokken te verdwijnen.

Eigenlijk gaat het in de eerst winkel al fout. Ik toon een teken van zwakte, de keukenverkoper ruikt dit en grijpt zijn kans. Terwijl Arno met een ijzeren blik op de keukens verder loopt met hanna, zit ik opeens vast aan de verkoper die mij van alles wijs maakt. Zoals dat we wel echt dít jaar een keuken moeten kopen. En dat alle informatie, tekeningen en afspraken die we maken vrijblijvend zijn. En dat ze natuurlijk de goedkoopste zijn omdat overal de netto prijzen op staan.
Zijn piece de resistance is dat deze winkel als “één van de weinige keukenwinkels een eigen fabriek hebben“. Terwijl hij dit zegt klopt hij zichzelf nog net niet apetrots op de borst. Alle keukenonderdelen kunnen op maat gemaakt worden (maar bescheidenheid niet, zo te merken).

Wanneer ik me weer aansluit bij Arno zie ik het mooiste fornuis dat ik ooit heb gezien en dus wil ik het gelijk hebben. Het is een monster van een ding maar ik heb het nodig. Rvs, inductie, zeven pitten, twee hete luchtovens, een grilloven en een warmhoudplaat. Ik maak er tien foto’s van. Daarna zeg ik tegen Arno: “ze hebben als een van de weinige een eigen fabriek”.

Volgende winkel. Ik neem me voor om nu wel anoniem en onaangesproken door de winkel te lopen. Maar zodra we naar binnen gaan hoor ik mezelf gelijk de eerste en de beste medewerker vrolijk begroeten. “Haaay!” Dus daar sta ik weer… Te luisteren naar een man die me aanraadt om echt dít jaar een keuken te kopen. Ik dwaal in mijn gedachten af en kijk jaloers naar Arno die alweer met zijn blik op oneindig naar keukens staat te staren. Ik zou hem ook niet durven storen. Ik bedank de verkoper voor zijn informatie en wil weglopen, maar dan zegt hij: “En weet je wat zo bijzonder is aan ons? Wij hebben als één van de weinige keukenwinkels een eigen fabriek”. Ik kijk hem glazig aan.

Ik voeg me weer bij Arno en zie een veel te duur, maar oh zo mooi, granieten keukenblad. Ik maak er twintig foto’s van. En zeg daarna dat deze ook een eigen fabriek hebben, als één van de weinige.

Twee winkels verder heb ik eindelijk de slag te pakken. Ik loop naar binnen en roep gelijk “We kijken alleen even!! Dankuuuu!!”. Daarnaast blijkt toch dat ook deze winkels als twee van de weinige een eigen fabriek hebben. Bij de ene winkel staat het in trotse grote letters voorop het magazine en bij de andere winkel hoor ik het de verkoopster tegen andere klanten zeggen.

Tijd voor een broodje. Arno en ik vragen ons af of de verkopers echt zo naïef zijn dat ze er niet bij stilstaan dat ze in elke winkel claimen één van de weinige te zijn met een eigen fabriek. Of dat er ergens één slimme fabriekbaas is die tegen elke keukenwinkel zegt dat ze de enige afnemer zijn. We kauwen bedachtzaam op ons broodje.

We besluiten nog een laatste winkel in te gaan. Arno, die duidelijk een after dinner dipje heeft, let even niet goed op en is gelijk de pineut. Een verkoper steekt het hele riedeltje van voor naar achter tegen hem af. Wanneer de verkoper trots zegt dat alles op maat kan worden gemaakt zegt Arno: “Want jullie hebben zeker als één van de weinige een eigen fabriek?”

Een doordeweekse avond

Ik zit op de bank en heb een wijntje verdiend. Dat vind ik gewoon.

Ik heb gewerkt, iedereen is gevoed, iedereen leeft nog en alles slaapt nu. Een stilte is neergedaald over het huis en ik denk na over welk tv programma ik wil kijken. De tv heb ik al aan gezet en deze staat nog op een zender met 24/7 kinderfilmpjes, dus terwijl ik op de bank zit kijk ik een tijdje gedachteloos naar Pingu die toeterend door het scherm schuift. Daarna volgen er nog twee kinderprogramma’s die ik kijk maar niet in me opneem en dan zet ik de tv op Comedy Central. Heerlijk, een honderdste herhaling van Friends. Rachel zit na een ruzie met Ross verdrietig op de bank in Central Perk, maar gelukkig komt Ross ook deze keer weer terug om vervolgens met haar te zoenen. Alles is weer goed, alles is rustig.

Toen ik thuis kwam uit mijn werk was het ook lekker rustig, want alleen mijn schoonmoeder was er. Zij kan gelukkig op dinsdag de oudste uit school halen en de jongste van de opvang. En ik kwam vandaag precies thuis in het oog van de storm.

“waar is iedereen?” vraag ik. Stiekem hoop ik (voor één seconde) dat de jongste zo uitgeput was van de sociale interactie op de dagopvang dat ze even slaapt en dat de oudste bij een vriendinnetje blijft eten en ik haar pas om 19:00 hoef op te halen. Ik wil gewoon even zitten en mentaal mijn werkdag verwerken om vervolgens te luisteren naar de oudste die verteld over dat er op school een jongetje kwijt was. Maar nee, de oudste schommelt met ons Achterbuurmeisje in de speeltuin en de jongste moet nog opgehaald worden.

Terwijl oma de jongste ophaalt begin ik snel met avondeten maken. Nu kan het nog. Nu kan ik de zigeuner schnitzels bakken zonder ze te laten aanbranden (want ik  moet ondertussen de meiden uit elkaar halen omdat ze heel toevallig allebei met dezelfde blauwe stift willen kleuren). Terwijl ik aardappels in stukjes snij komen Sara en Achterbuurmeisje binnen waaien als een wervelstorm. Ze beginnen verhit te vertellen over wat ze hebben meegemaakt. Ze hebben net in de speeltuin gespeeld en toen waren er grote kinderen die hadden geroepen dat ze ‘kleine kutkinderen’ waren en dus van de schommel af moesten. Dit hebben ze ook al aan de vader van Achterbuurmeisje verteld, maar die zei dat ze sowieso van de schommel af moesten omdat ze bijna gingen eten, “maar jullie zijn geen kutkinderen”, had hij eraan toegevoegd. En Sara mag mee eten. Top! (we gingen namelijk bietjes eten, en Sara lust dat niet en dan had ik voor haar speciaal wat boontjes gekookt. Iets wat ik me altijd had voorgenomen om niet te doen, want ik zei altijd “Een kind moet eten wat de pot schaft! Dus dat ga ik nooit doen!” Maar de praktijk blijkt lichtelijk te verschillen van de theorie.)

Ik dek de tafel en ondertussen komen oma en de kleine meid terug. Alles gaat soepel, alles loopt gesmeerd! Ik kook en oma houdt zich bezig met het kleine mensje dat op haar manier en in haar eigen taal hele verhalen ophangt. Mijn vent komt thuis, we kunnen eten. Deze dag is in de pocket! De planning is dat ik om 19:00 Sara terugroep vanaf Achterbuurmeisje, dan knal ik beide meiden in bed en met een mooie elegante afsprong beëindig ik de dag. De jury houdt bordjes omhoog met allemaal tienen erop!

Tevreden wil ik met oma, man en jongste dochter aan tafel gaan zitten om te eten, maar dan komt de oudste via de achtertuin binnenrennen. Ze eet toch niet bij de achterburen, want “Ze eten daar pasta met rode saus en als ik dat eet ga ik dood omdat ik geen saus lust , dus ik eet toch thuis. want dingen met saus eet ik niet, van saus wordt je eten nat. En ik wil wel nú eten want ik heb honger. Iets zonder saus.” Er volgt een redelijk pedagogisch verantwoorde reactie van mij, ik weet niet meer wat precies…Want eigenlijk wil ik nu al wijn, maar in plaats daarvan gooi ik snel wat boontjes in een pan.

Heel geanimeerd verteld Sara dat het jongetje dat kwijt op school was gewoon een boekje zat te lezen in een speelhoek, ondertussen kauwt ze op de te kort gekookte boontjes (beetgaar is hip, al dente. Super culinair. het is uitgevonden door koks die eten moesten serveren voor ongeduldige gasten. “nee het is niet rauw, het is al dente.”)

Ondanks dat de afronding van deze dag niet zo vlekkeloos verloopt als gehoopt wil ik toch proberen de avond af te ronden met een dikke 9 van de jury. Dus ik lees een lekker lang verhaal voor aan Sara wanneer ik haar naar bed breng. Het is het vierde verhaaltje in het boek, want dat is volgens haar waar papa vorige keer is gebleven met voorlezen.
Ik begin te lezen en vraag na de eerste alinea voor de zekerheid of Sara echt zeker weet dag papa niet al heeft voorgelezen. “weet je het zeker? Dit is niet hetzelfde verhaaltje als gisteren? Het verhaaltje over de sloddervos ken je dus nog niet?” Ik lees verder en sluit af met: “en toen gingen ze slapen”. (Niet omdat dit er staat, maar omdat ik elk verhaaltje zo afrond ongeacht of dit kloppend is met de verhaallijn.) Terwijl ik  deze woorden uitspreek zegt Sara dat het misschien toch wel kan zijn dat papa dit verhaaltje gister al heeft voorgelezen, deze sloddervos maakte heel toevallig precies hetzelfde mee als die van gisteravond. Dus dat ik nu wel nog een nieuw verhaal moet voorlezen. Een dappere poging, eerlijk toegegeven.
Ik laat haar in tranen achter als ik zeg dat ze zelf lekker nog verder mag lezen in het boek. Als ik halverwege te trap naar beneden ben hoor ik haar nog snikken “ik…ik kan helemaal.. niet lezen.”

Als ik op de bank ga zitten staat Friends nog aan en ik zie voor de honderdste keer dat Ross zijn verloofde aan de telefoon beloofd dat hij nooit meer contact zal hebben met Rachel. Tijdens de reclame loop ik naar boven en haal ik het verhalenboek van Sara haar slapende gezichtje af.

Ik heb wijn verdiend, iedereen leeft nog.